Molenzorg
navigatie Vollezele (Galmaarden), Vlaams-Brabant
Foto van <p>Botermolen van Jeppen Wael<br />Hondenmolen van de Gauberg</p>, Vollezele (Galmaarden),  | Database Belgische molens ©

Botermolen van Jeppen Wael
Hondenmolen van de Gauberg

Gaubergstraat
1570 Vollezele (Galmaarden) toon op kaart
Privaat
Tredmolen
Karnmolen
IJzeren tredrad met houten tredplanken
Boterkarn (verwijderd)
Matig
Geen
Op aanvraag (enkel uitwendig)

Beschrijving / geschiedenis

In de meeste publicaties over molens vinden we verwijzingen naar hondenwielen of tredmolens. Deze waren aangesloten op een mechanisme om het handmatig “boteren” te vervangen. Ook in onze regio kwamen honde wielen veelvuldig voor maar is er nog maar bitter weinig van terug te vinden. Bij een telling door het Ministerie van Landbouw uit 1910 werden er in de Vlaamse provincies 13.017 geteld.

Op een foto van de Vollezeelse meester Mertens, genomen rond 1950, stond een duidelijke afbeelding en na wat zoekwerk konden we het beeld koppelen aan het huis van “Jeppen Wael” in de Gaubergstraat te Vollezele (ouderlijk huis van Orpha Depelseneer die huwde met Georges Wastiels die in de Bergstraat woonden. De buren hebben het hondenwiel daar steeds geweten maar nooit meer in werking gezien. De huidige eigenaar kocht de woning eind de jaren 1960 en startte grondige verbouwingen in 1970. Omdat het wiel een behoorlijk deel van de voorgevel innam en niet toe liet de nodige vensters te voorzien, koos de eigenaar om het wiel te verplaatsen naar een gevel van een schuur op de binnenkoer. Het binnenwerk en de overbrenging naar het botervat waren dan al verdwenen.

Het ligt in het karakter van de mens om, waar  mogelijk, voor monotoon en zwaar werk aangepaste werkinstrumenten te zoeken. Karnen was zo’n bezigheid, een eentonige, vervelende en tijdrovende klus. In de 18e eeuw vond men daarom het hondenwiel uit. Deze toepassing werd tevens gebruikt voor het aandrijven van slijpstenen, blaasbalgen, waterpompen  zelfs voor het zagen van hout. Algemeen in gebruikname van dit soort molens gebeurde begin 19e eeuw en volgens Jozef Weyns (Bokrijk) kwamen de meeste molens tot stand tussen 1880 en 1900.

Meestal werd het wiel verticaal opgetrokken aan een hoge gevel van de woning. Een wiel had meestal een diameter van 200 tot 300 cm, het loopvlak bestond uit kleine houten plankjes van 32 à 40 cm breed en tussen elk plankje een klein gleufje voor de grip. Een klein afdakje van 3 à 4 pannen breed beschermde tegen de regen. Vooraan werd het wiel afgesloten met een hek of een muurtje waarin een luik was om de hond in en uit het loopwiel te laten en te beletten dat hij er vandoor ging. Het hondenhok was ook meestal net in de buurt. Veelal werd er ook een boom voor het wiel geplant om het dier in de schaduw zijn “arbeid” te laten verrichten. Er was geen specifiek hondenras voor deze job aangewezen maar het waren wel uit
 de kluiten gewassen dieren die gewaardeerd werden op de hoeve.

De molen die we hier zien, toont veel gelijkenissen met deze die nog terug te vinden is in Bever (Romont). Diameter 250 cm, houten tredplanken voor de hond van 35 cm breed, ook de centrale assen en steunstangen gelijken erg. Deze hier heeft een gemetste afsluiting en deze in Bever een smeedijzeren. In Moerbeke zou er een smidse geweest zijn die deze wielen en overbrengingen fabriceerde (geen archief hiervan). Er zijn wel overbrengingen gevonden, gemaakt in de ateliers van V. Daele te Idegem.
Toen de hond via het luik in het wiel werd gezet en begon te lopen, kwam het wiel op snelheid. Deze draaibeweging werd door de centrale as overgebracht naar het tandwielmechanisme binnen. Het grote tandwiel dreef een tweede wiel aan waarop een vaste stang was aangebracht dewelke een overbrenging heen en weer deed gaan. Deze trok een spatel in het botervat mee waardoor het botereffect bekomen werd. Het hele boterproces duurde ongeveer een klein uurtje.

Tussen 1920 en 1930 verdwenen vele hondentredmolens. Ze werden vervangen door elektrische motoren. Van de duizenden molens blijven er vandaag nog maar een handvol over. In België zijn er nog een twintigtal bewaard, 5 ervan staan in het Pajottenland nl: Sint-Gertrudis-Pede, Losstraat, in 1995 overgebracht van Moerbeke, Heuvelstraat 116, eentje in Gooik, Woestijnstraat 9, één in Bever, Romont 11. In het Warrandehof in Oetingen staat er een die overgebracht is uit Kester (Goteringenstraat 12), en een laatste in de Lindestraat 6 in Herne.

Van deze molen hier in Vollezele is nog geen enkele beschrijving of vermelding. Eigenlijk kunnen we een beetje fier zijn dat, na wat zoekwerk, een haast verdwenen stukje erfgoed bij ons opdook. (Nu nog het behoud!). We hebben nog weet van dergelijke wielen. Zo zou er een gestaan hebben bij Ots in de Piepeloo in Tollembeek en bij Depelseneer in de Bruisbroekstraat in Galmaarden. Maar deze zijn volledig verdwenen.

Hubert DE WEERDT & Luc CROMPHOUT

Hubert De Weerdt & Luc Cromphout, "De molens van Galmaarden", Londerzeel, 2017.

Overige foto's

transparant

Laatst bijgewerkt: zaterdag 27 mei 2017
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Botermolen van Jeppen Wael<br />Hondenmolen van de Gauberg</p>, Vollezele (Galmaarden)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens