Molenzorg
navigatie Geluveld (Zonnebeke), West-Vlaanderen
Foto van Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen, Geluveld (Zonnebeke), Foto Maarten Osstyn, 22.05.2022 | Database Belgische molens
© Foto Maarten Osstyn, 22.05.2022

Geluveldmolen
Keingiaertmolen
Oude Komenstraat
8980 Geluveld (Zonnebeke)
ten noordoosten
150 meter ten oosten van de kerk
kadasterperceel A647
50.833973, 2.995650 (Google Maps)
Gemeente Zonnebeke
voor 1480 / 1550 / voor 1617 / 1923
Staakmolen met gesloten voet
Korenmolen
Hoge teerlingen, vliegende gaanderij (gedemonteerd)
Houten pestelroeden (verwijderd)
Twee steenkoppels (gedemonteerd)
Gedemonteerd
M: monument,
13.06.1973
Geen
Niet toegankelijk
06538 (allemolens.nl)

Beschrijving / geschiedenis

Red de Geluveldmolen!

* Middeleeuwse molensite
* Symbool van vernielingen en heropbouw - Oorlogsrelict
* Laatste van de ruim 40 Zonnebeekse windmolens
* Eén van de twee laatste grote West-Vlaamse molendossiers
* Wereldwijd de op één na laatste staakmolen met een vliegende gaanderij

De Geluveldmolen is een houten korenwindmolen, type staakmolen met (hoog) gesloten voet en vliegende gaanderij, aan de noordoostzijde van de Oude Komenstraat, in het verlengde van Geluveldplaats, op één van de hoogste punten van het dorp, 150 meter oostwaarts van de kerk.

De Geluveldmolen is minstens 160 ouder dan tot op heden werd aangenomen. De aanduiding van de molen met een symbool op de kaart van Sanderus van de kasselrij Ieper uit 1641 gold lange tijd als de vroegste vermelding.

Jonkheer Antheunis van der Stoct, heer van Geluveld, bezat in Geluveld in 1473 een behuusde hofstede en daarbij het recht op het houden van een wyntmeulne.1

Deze omwalde hoeve werd rond 1745 omgebouwd tot het nog bestaand - weliswaar herbouwd - Kasteel van Geluveld. De molen werd er dicht bij gebouwd, op ca. 150 meter oostwaarts van de kerk, ten noorden van de weg Menen-Ieper en van de Oude Komenstraat, op  de midden-West-Vlaamse heuvelrug, op 55 meter hoogte.

De genoemde dorpsheer was tevens heer van Elstlande (in Geluwe) en van Cruuseecke (Kruiseke), maar hij liet de molen wel degelijk in Geluveld bouwen.[1]

In de Archives Départementales du Nord teRijsel [2]  vonden we een octrooi uit 1552 waarin gemeld wordt dat de windmolen van Geluveld in 1480-1490 vernield werd om pas in 1552 weer te verrijzen. Het is de enige ons bekende bron die gewag maakt van de vernieling van de molen. In deze periode situeert zich de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk.[3]

Het octrooi werd op 16 augustus 1552 verleend door de Rekenkamer van Rijsel namens keizer Karel V. Daarin lezen we dat Liénard Beaugrand uit Pollinkhove een verzoekschrift had ingediend om in Geluveld de vernielde molen opnieuw op te richten. Hij schreef dat in Geluveld (Ghielvelt)[4] ongeveer 60 à 70 jaar geleden een graanwindmolen stond die aan de dorpsheer toebehoorde. Deze molen was dicht bij de kerk en het dorp (bourg) gelegen. Hij was erg nuttig voor de inwoners. Sinds de vernieling (ruyne) van de molen hebben zij grote moeite om hun graan te laten malen, aangezien er in het dorp en op een afstand van een grote halve tot een volle mijl rondom geen molens bestaan. Bovendien zijn de wegen vanuit Geluveld naar bestaande molens erg slecht, vooral tijdens de winter en bij regen. Daarom heeft Liénard Beaugrand de plek waarop de Geluveldmolen vroeger stond, in cijns genomen van de dorpsheer, met de bedoeling er - namens de heer en de inwoners van Geluveld - een windmolen op te richten.

Het verzoekschrift werd gunstig onthaald. Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat van de vroegere molen nog overblijfselen bestonden (les anchiens vestiges). Op 16 augustus 1552 kreeg Liénard Beaugrand het gevraagde octrooi. In het bijzonder werd hem le vent dudict moulin (het windrecht van deze molen) toegekend; het gebruik van de wind was immers een feodaal recht.

Aan het octrooi waren enkele voorwaarden verbonden. Vooreerst moest Liénard jaarlijks aan de ontvanger-generaal van West-Vlaanderen - ten behoeve van Zijne Majesteit - een windcijns van 40 patars van twee groten (Vlaams geld) betalen. De vervaldag viel op Sint-Jan-Baptistdag (24 juni), een eerste keer in 1553. De molen diende binnen het jaar opgericht te worden. De cijns moest door de aanvrager en door zijn erfgenamen betaald worden zolang de centrale staak (lestacque) van de molen rechtop stond. Als borg voor de betaling werden de molen, de inrichting (utensilles) en de molenwal (motte) gehypothekeerd. Bij niet-betaling over twee jaar, zou de molen - na een sommatie van 15 dagen - aangeslagen worden.

De molen werd effectief opgericht: zo werd in 1555 en 1556 de betaalde cijns geregistreerd door de ontvanger-generaal van West-Vlaanderen.

Onder “3. Vernielingen en heropbouw” geven we aan dat de molen zijn ondergang vond in de woelige periode 1578-1584. Eerst schenken we aandacht aan de opeenvolgende eigenaars en molenaars.

2. Eigenaars en molenaars

In de oorkonde van 1552 wordt duidelijk gemeld dat de molen voor zijn vernieling in 1480-1490 in het bezit was van de dorpsheer van Geluveld. Dat was toen de familie Van der Stoct (Antheunis vanaf 1473). De heroprichting in 1552 gebeurde door Liénard Beaugrand uit Pollinkhove op cijnsgrond van de heer. Er zijn ons geen bronnen bekend wanneer de molen opnieuw in handen van de dorpsheer kwam. De familie Van der Stoct werd opgevolgd door de familie Van der Gracht (1544-1578), de Vooght (1578-1670), Jean-Baptist de Belver, later zijn weduwe (1670-1704), Vincent Dewilde (1704-1736) en de familie Keingiaert (de Gheluvelt) (1737-1796). Na de afschaffing van de heerlijkheden bleef de molen in het bezit van de adellijke familie Keingiaert, dit zelfs tot 1966, met het overlijden van Léonie Keingiaert de Gheluvelt, feministe en de eerste vrouwelijke burgemeester van ons land.[5]

Voor de eigenaars vanaf 1966 verwijzen we naar het deel over verval en reddingspogingen. 

De molen werd steeds verpacht aan molenaars. Het kasteelarchief (met de pachtbrieven) en de gemeente- en parochiearchieven werden “samen met het hele dorp” verwoest in 1914. We baseerden ons vooral op het Kasselrijarchief van Ieper (in het Stadsarchief Ieper), enkele studies[6] en genealogische bronnen[7].

Volgens de volkstelling van de kasselrij Ieper in 1696[8] was er maar één molder in Geluveld: Thomas Waterloos (°ca 1675-na 1738), opeenvolgend gehuwd met Angelica Verraes, Joanna Van Oudendycke en Angelica Soete[9].

In de 18de-19de eeuw pachtte de molenaarsfamilie Devos, van vader op zoon, de Geluveldmolen. Deze opeenvolging wijst op een goed werkende molen. De eerste ons bekende telg was Thomas Devos, geboren rond 1705 en gehuwd met Maria Catharina Verdoolaeghe. Twee zonen volgden hem op: de ongehuwd gebleven Albert Charles Devos (°Geluveld 1739) en Clement Devos (°Geluveld 1736), gehuwd met Maria Joanna Debeuf. Na Clement - overigens een typische voornaam voor molenaars - kwam zijn zoon Lucas Devos (°Geluwe 1766), gehuwd met Joanna Francisca Van de Kelder. Zij was molenarisse, winkelierigge en bakkerinne. De molen was nog altijd de enige in het dorp en vormde aldus, met ook een winkel en een bakkerij, het handelshart van het dorp.

Terwijl dochter Joanna Theresia Juliana Devos in 1828 huwde met bakker Leopold Maertens (Ardooie 1790 - Geluveld 1855), werden niet minder dan vier zonen molenaar op de Geluveldmolen: Eugène Joseph Devos (°Geluveld 1798 en gehuwd met naaister Catharina Rosa Stragier), Charles, Pieter en - vanaf 1823 - Joseph Devos.

Eugène Jean Baptiste Vuylsteker (Geluveld, 1802-1857) werd de nieuwe molenaar in 1830, jaar waarin hij huwde met Carolina Regina Vanbelle, een boerendochter uit Langemark. Amper vier jaar later werd hij al opgevolgd door Gerard Francis Vanheule (Vlamertinge 1792 - Passendale 1874), gehuwd in Langemark  (1824)  met Catharina  Cecilia  De  Caes-tecker.[10] Gerard Vanheule was schepen van Geluveld van de jaren 1840 tot 1855, een bewijs van de toenmalige status van de molenaar.

Charles Louis Igodt (°Geluveld 1820), gemeenteraadslid van Geluveld (1874-1884), werd in 1856 de nieuwe mulder. Vijf jaar later werd hij opgevolgd door Pieter Joannes D’hooghe (Moorslede 1829 - Geluveld 1895), gehuwd in Geluveld (1861) met Barbara Maria Theresia Becquaert. Getuige op dit huwelijk was de vorige molenaar Charles Igodt.

Na Pieter D’Hooghe kwam Jan Vanderstraeten (Zandvoorde 1837 - na 1901), gehuwd in 1862 met Sophia Barbara Vandoolaeghe (1836-1901), een boerendochter uit Geluveld. Samen met zijn broers Charles-Louis (°1835) en Frans-Jozef Vanderstraeten (°1841) liet Jan in 1858-1860 in de Waterstraat van Geluveld een cichoreiwindmolen bouwen door hun schoonbroer, molenmaker Joseph Dejonghe-Vanderstraeten (1826-1889).

De pachters-molenaars volgden elkaar nu vlugger op: een indicatie dat het minder goed ging. De redenen zijn te vinden in nieuwe korenwindmolens in het dorp, de opkomst van stoommaalderijen (Ieper, Menen,…) en de industrialisatie in het algemeen. Zo wisselde Jan Vanderstraeten later het molenaarsberoep in met een job als dagloner en fabriekswerker.

Nieuwe pachter vanaf 1883 was Fredericus “Fré” Verhellen (Ooike 1842 - Geluveld 1912), gehuwd in 1879 met Clemencia Dejonghe (1837-1882) en in 1883 met Marie-Louise Vermeersch (1894-1954). De vader van zijn eerste vrouw, Pieter Dejonghe (Geluveld 1797 - Beselare 1842), was molenmaker en timmerman in Beselare en overleed tijdens de opbouw van de Plaatsmolen op de Berg in Beselare. Voorheen was “Fré” Verhellen molenaarsknecht in Heurne (Heurnemolen) en Ooike bij Oudenaarde en sinds de jaren 1870 op de Bergmolen in Beselare. Opvallend is dat in de registers van de burgerlijke stand van Geluveld, Frederik Verhellen op bijna een derde van alle geboorten en huwelijken optrad als getuige. Als lid van het Bureel van Weldadigheid in Geluveld kreeg hij, bij koninklijk besluit van 25 september 1906, een herinneringsmedaille.[11]

Met Clemence Dejonghe had Frederik een dochter, met zijn tweede vrouw Marie Louise Vermeersch had hij nog 10 kinderen waaronder Charles Louis Verhellen (Geluveld 1892 - Moeskroen 1958).

Charles was de molenaar toen de eerste wereldoorlog uitbrak. Moeder Marie Louise Vermeersch vluchtte tijdens die oorlog met haar kinderen naar Berck-Plage (F) waar zij in 1916 overleed. Charles Verhellen moest als soldaat meestrijden. De kinderen  keerden in 1920 terug naar hun dorp maar weken allen uit (Rijsel, Moeskroen, Moorslede, Brugge,…).

Charles  huwde in 1920 met Marie Eugenie Vandevelde (Luingne 1891 - 1963) en werd bakker in Moeskroen.[12]

De eerste en meteen ook laatste molenaar na de heropbouw in 1923 was Jules Devos (Kemmel 1896-Roeselare 1963), gehuwd in Geluveld in 1921 met Marguerite Angèle Pauwels (Geluveld 1888 - Ieper 1976). Hij was tevens de waard van Het Brouwershof, de herberg aan de Menenstraat 225, die tot 1970 door zijn weduwe werd opengehouden. Jules draaide slechts tot 29 oktober 1926 met de molen (over de omstandigheden: zie hierna onder “Na de eerste wereldoorlog”).

3. Vernielingen en heropbouw 

Niet minder dan drie keer werd de molen door oorlogsgeweld getroffen.

Periode 1480-1490; heropbouw 1552 

De molen werd in 1480-1490 vernield tijdens de Vlaamse opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk en werd pas in 1552 herbouwd. We verwijzen hierbij naar het begin van onze studie.

Periode 1578-1584heropbouw  voor 1617

We hebben heel sterke aanwijzingen dat de molen in 1578-1584 vernield werd.

In de kasselrij Ieper was er vanaf 1578 een jarenlange periode van oorlogsgeweld met een grondige verwoesting van het platteland, die duurde tot de overgave van de stad Ieper aan de Spanjaarden in april 1584.

Ondanks het verbannen en ombrengen  van  duizenden protestanten grepen de calvinisten in 1578 de macht in Ieper vanuit Gent.

De katholieke Malcontenten of “de Walen”, onder leiding van Frans van Anjou konden niet overweg met de Calvinisten. Zij namen in oktober 1578 Menen en Wervik in, maar werden er in 1579 uit verjaagd door troepen van de Hugenoten onder leiding van François de La Noue. Het omliggende platteland werd verwoest door Schotse huurlingen in dienst van Willem van Oranje.

De calvinistische 'Ieperse republiek' duurde tot de stad in april 1584 na een langdurig beleg werd ingenomen door de Spaanse veldheer en landvoogd Alexander Farnese, die de protestanten een vrije aftocht liet. Vele andersgelovigen trokken naar het noorden, onder meer naar Oostende en Sluis waar ze als vrijbuiters zorgden voor een onvervalste guerrilla-oorlog in Vlaanderen. Het bloedvergieten leek maar niet op te houden.

Dat Geluveld - in de directe nabijheid van Menen en Wervik - en zijn molen in deze periode niet gespaard bleven, kunnen we o.m. afleiden uit de verklaring van G. Van den Broucke, commies van de Staten van Vlaanderen op 1 augustus 1597: dat niemandt hem heeft ghepresenteert om den instelt te doene over de prochien van Gheluvelt, Gidts, Staeden, Rosebeke ende Passendaele als vaeghe ende onbewoont wesende[13].

Deze bewering wordt bevestigd door de rekeningen van de belastingen in de kasselrij Ieper. Als één van de vijf plaatsen in deze kasselrij kon in Geluveld in 1586 niets geïnd worden van de belasting op het vee en op de landerijen. In de rekening zelf wordt vermeld dat Geluveld onbewoont was. Ook het bestiaelgheldt of de belasting op het vee van 1591 leverde in Geluveld geen opbrengst op. Tevens was er in het dorp geen opbrengst in de belasting op het verbruik van wijn, bier en vlees (oude impost) voor de jaren 1587, 1591 en 1597. In mei-oktober 1601 bedroeg dit slechts 13 gulden.[14] Toch wijst dit al op een lichte opleving, mede ingegeven door een besluit van de magistraat van de kasselrij Ieper om kwijtschelding van belasting te verlenen (te bevryen van alle poictynghe ende zettynghe) aan degenen die de vague landen, gheleghen in de prochien van Passchendaele, Staeden, Roozebeke, Gheluvelt ende Oostnieuwkerke zouden ter culture gaen brynghen.[15] De inwijkelingen hadden nieuwe namen, gewoonten en levenswijze. De streek was na 1590 nooit meer als voorheen.

Dit alles vormt - weliswaar indirect - maar toch een heel stevig bewijs dat de molen van Geluveld tijdens de godsdienstoorlogen minstens buiten werking en naar alle waarschijnlijk vernield was.

Een eerste aanwijzing dat de Geluveldmolen er weer stond dateert uit het Twaalfjarig Bestand, met de Geluveldse bevolkingstellingen van mei 1617-mei 1619 omme te ghenieten vande redemptie van tmolaige. Deze moulage betrof het maalrecht (belasting op het malen). Alle personen boven de zes jaar werden in de tellingen opgenomen. In de Rolle van poinctinge van Gheluvelt van Kerstmis 1618 vinden we al 63 gezinnen die belastingen betaalden.[16]

We zien de molen ook verschijnen op landkaarten van 1631 (van Louis de Bersaques[17])  en 1641 (Kaart van Sanderus van de kasselrij Ieper). 

Eerste wereldoorlog: 27 oktober 1914 

Als hooggelegen punt was Geluveld voorbestemd om een belangrijke rol te spelen in de oorlogsgebeurtenissen aan het Ieperfront. Voor de Britten lag Geluveld op de weg naar Menen, de Menin Road, die het front voor Ieper kon doorbreken. De Duitsers wilden naar Ieper over diezelfde Ypernstrasse.

Vanaf 20 oktober 1914 woedde de oorlog in alle hevigheid in en rond Geluveld. Molenaar Charles Louis Verhellen was op 21 oktober nog niet gevlucht zoals hij dat nochtans moest doen volgens de instructies. Twee Britse compagnies van het 2de Bedfordshire Regiment marcheerden door Geluveld en kwamen aan de molen voorbij. Plots draaiden de wieken een halve toer en al evenplots lagen de Britten onder Duits artillerievuur, waardoor enkel gewonden vielen. Onmiddellijk dacht men dat de molenaar optrad als spion voor de Duitsers. Hij werd met geweld uit de molen gesleurd en opgepakt. Met heel veel moeite heeft hij kunnen duidelijk maken dat hij onschuldig was en bij zijn vrijlating liet hij niets onverlet om op de vlucht te slaan.[18]

In de volgende dagen werden om iedere boerderij, om iedere stal of huis, hevige gevechten geleverd tussen Duitsers en goed verscholen Britse soldaten. Deze kwamen meestal maar tevoorschijn als de gebouwen in brand werden gestoken.

Op 27 oktober stond de 9e batterij van het 54e Würtembergs Reserve-Feldartillerie-Regiment opgesteld op de wijk de Oude Hond in Wervik (grensgebied met Geluwe en Beselare). De Duitse “Richtkannonier” Dinkel slaagde erin om, op ruim 2,5 kilometer afstand, de van ver  zichtbare Geluveldmolen neer te halen met het tweede kanonschot, onder luid gejuich van zijn kameraden. Een alles overheersend observatiepunt van de vijand was daarmee uitgeschakeld.[19]

Dat was echter niet voldoende om verdere vooruitgang te maken. Diezelfde dag kwam de Beiers-Infanterie-Regiment 16 te hulp. Op kop en te paard reed kolonel Lizt. Onder zijn duizenden soldaten stapte, toen nog onopgemerkt en onbekend, vrijwilliger Aldof Hitler. Hij was Meldegänger (ordonnans) en moest dus met bevelen tussen de hoofdkwartieren van de compagnieën, bataljon en regiment heen en weer lopen.

De aanval op Geluveld begon op 29 oktober door het 54e Reserve-Feldartillerie-Regiment De verdedigers van de Britse 1e Divisie werden op verschillende plaatsen gedecimeerd, waarbij enkel de 1e South Wales Borderers standhielden bij het Keingiaertkasteel. Hierop riep de Britse Brigadier-Generaal Charles FitzClarence (1865-1914) de overgebleven 2nd Worcesters op van aan het Polygoonbos en leidde hen tot bij de Borderers. Samen slaagden ze er in Geluveld op 31 oktober te ontzetten door een tegenaanval met de bajonet. Toch viel het dorp nog dezelfde dag in Duitse handen (en dit tot het einde van de oorlog) omdat de Britten zich achteruittrokken om een beter verdedigbare positie in te nemen.

Er werd ook dagenlang bijzonder hard gevochten bij de Geluveldse Pattynsmolen door de Duitsers (de infanterieregimenten 105, 143 en het 2de bataljon van het regiment waartoe Hitler behoorde) tegen de Britten (het Queens Regiment. De molen was door de gevechten zwaar beschadigd. In het voorjaar van 1915 werd hij door de Duitsers definitief tegen de grond gehaald.[20]

In de herfst van 1917, tijdens de Derde Slag om Ieper, lag Geluveld opnieuw in het epicentrum van de oorlog zodat van de kerk, de dorpskom of het restant van de Geluveldmolen niets meer overbleef. Geluveld was in een maanlandschap veranderd.[21]

Na de eerste wereldoorlog: een molen uit Watou

Op 14 februari 1919 kwamen de eersten naar Geluveld terug (bakker Leopold Maertens samen met zijn twee zussen en tante). Met achtergebleven frontmateriaal bouwden ze een barak en hielden er bakkerij, café en winkel. Ze werden het aanspreekpunt voor alle geallieerden. In de zomer van 1919 kwam ook Leonie Keingniaert de Gheluvelt terug. Zoals al gemeld werd ze op 7 september 1921 aangesteld als de allereerste vrouwelijke burgemeester in ons land. Ze liet haar kasteel heropbouwen tussen 1923 en 1930 door de Beselaarse bouwondernemer Omer Bouckenooghe en de Beselaarse timmerman Jules Termote. Het kasteel werd opgetrokken op de oorspronkelijke fundamenten en de vooroorlogse aanblik en inrichting werd zoveel mogelijk gekopieerd.

In deze zin voor reconstructie van het verleden mogen we ook de heroprichting van haar molen zien. Juffrouw Leonie Keingiaert de Gheluvelt kocht in 1923 de Plaatsmolen in de Molenstraat van Watou aan. Van deze transactie bestaat er geen notariële akte, want de molen werd enkel als gebouw en dus zonder het perceel verkocht. Verkoper was de laatste molenaar Alfons Doolaeghe die daartoe in De Belgische Molenaar van 1922 en 1923 verschillende advertenties liet plaatsen, met de uitdrukkelijke bepaling om de molen te verplaatsen.

Er kwam interesse vanuit Beselare om de Molenhoekmolen (hoek Molenstraat en Oude Kortrijkstraat, gedynamiteerd op 23 oktober 1914) te vervangen, maar de onderhandelingen liepen spaak.[22]

De Plaatsmolen van Watou was een tweezolder-staakmolen met ingebouwde voet, gebouwd tussen 1796 en 1825. Een bijzonderheid is dat hij op het laatst uitgerust was met drie koppel molenstenen. Twee daarvan lagen naast elkaar tegen de windweeg en werden aangedreven door een spoorwiel.[23] In de molen waren de volgende inscripties te lezen:
- op de linkerdeurstijl: B.I.V. / BENOIT CAMIEL 1830 / V M  A M  V M
- op de middenlijst: de initialen P.M.
- op een weegband: een deel van het Christusmonogram en de initialen I.B.M.[24]

Molenmaker Henri Lejeune uit Westvleteren (1883-1965) stond in voor de sloop en het vervoer van de molen van Watou naar Geluveld. De molen zou op dezelfde plaats komen als de verwoeste voorganger. Eerst moest de molenwal  heraangelegd worden, want die was volledig omgewoeld door de krijgsverrichtingen. De opbouw gebeurde door molenmaker Louis Capon uit Wervik-Kruiseke (1872-1956)[25].

Omwille  van de kerktoren en de nieuwe huizenrij in de Menenstraat, die de windvang bedreigden, werden de nieuwe teerlingen 4 meter hoog gemetseld. Hierdoor was het  noodzakelijk om een “vliegende” gaanderij aan te brengen, een hangend platform van waarop het op- en afzeilen gebeurde[26]. De teerlingen en de tussenliggende muren zijn opgetrokken met bakstenen die gebakken werden in de nieuwe steenbakkerij aan de Kasteelstraat (waar nu het voetbalveld van Blue Star Geluveld gelegen is). Deze veldoven was na de Eerste Wereldoorlog opgericht op initiatief van Léonie Keingiaert, om in de noden voor de heropbouw te voorzien: in de eerste plaats haar kasteel, hoeven en huizen. De houten pestelroeden van Watou werden opnieuw gebruikt.

De eerste en meteen ook de laatste naoorlogse molenaar was Jules Devos, uitbater van de herberg 'Het Brouwershof' (hoek Menenstraat en Oude Komenstraat) (zie onder “eigenaars en molenaars”). Hij legde de molen al op 29 oktober 1926 stil. Eigenares Léonie Keingiaert wilde niet investeren in “nieuwigheden”. Vanwege het ontbreken van een builmolen en van een armgasmotor bleek de molen niet rendabel en aangepast te zijn aan de nieuwe tijden (opkomst van wit brood, maalderijen en veevoederfabrieken). Er kon geen nieuwe pachter aangetrokken worden. De meeste vernielde windmolens in de Frontstreek waren in de jaren 1920 door mechanische maalderijen vervangen.

Een tijdlang bleef nog iemand aangesteld om de molen te verkruien maar vanaf 1939 werd hij vastgelegd. 

Verval en reddingspogingen

Van zodra de molen werd stilgelegd (1926) trad het verval in. Voor molenkenners is dat een normaal gegeven. De Geluveldmolen was bovendien extra kwetsbaar met zijn vliegende gaanderij en zijn (houten) pestelroeden. Een foto met twee Duitse soldaten uit 1945 laat zien dat de buitenroede dan al geknakt was.

In opdracht van Léonie Keingiaert, die dan schepen van financiën en onderwijs van Geluveld was, voerde molenmaker Julien Lejeune uit Brielen (1924-1979) in augustus 1959 enkele herstelllingswerken uit aan de trap en aan de kap die met asfaltpapier werd bedekt[27]. Het kapotte wiekenkruis bleef echter onaangeroerd.

Léonie Keingiaert overleed op 26 februai 1966 als laatste telg van het geslacht. Bij testament had ze al haar eigendommen, waaronder de molen, geschonken aan de Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België (gesticht in 1937). Baron - graaf sinds 2000 - Henri d’Udekem d’Acoz uit Proven werd belast met het toezicht.[28]

Als  bestuurslid van de Vereniging van de  Adel  en als West-Vlaams provincieraadslid trad Henri d’Udekem d’Acoz op als bemiddelaar bij de aankoop van de molen met bijliggende grond en een bosterrein van 11 hectaren door de Provincie West-Vlaanderen voor 2,5 miljoen frank (goedkeuring provincieraad in augustus 1970, transactie op 6 januari 1971). Bij deze aankoop werd het nog sterke gebint van de molen vastgesteld.[29]

De gebroeders Herman & Guido Peel uit Gistel voerden in 1972 enkele beveiligingswerken uit: de door de windpulm gezakte molenas werd opgeschoord en de kap en het keuveleinde werden met asfaltpapier gedicht.[30]

Op voordracht van de Minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden Jos Chabert en na gunstige adviezen van de Bestendige Deputatie van de Provincie West-Vlaanderen (21.08.1972) en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (13.02.1973) werd de “houten windmolen te Geluveld” op 13 juni 1973 beschermd als monument, omwille van zijn historische en artistieke waarde. Het besluit werd op 9 februari 1974 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Opvallend is dat in het beschermingsbesluit nog de Vereniging van de Adel van ’t Belgisch Rijk te Brussel, Soevereinstraat 96 als eigenaar genoteerd staat, alhoewel de molen al op 6 januari 1971 overgedragen was aan de provincie West-Vlaanderen (zie bijlage 4).

Dan begonnen de verplaatsingspogingen. Eerst en vooral vanuit het provinciebestuur, de nieuwe eigenaar, dat overwoog de molen te verplaatsen naar het pas ingericht provinciaal domein De Palingbeek in Zillebeke.[31] Omwille van de bossen aldaar was dat een slecht idee. Raadslid dr. Leon Hoflack (Volksunie) vroeg op de Zonnebeekse gemeenteraadszitting van mei 1977 of de gemeente niet zou kunnen tussenkomen bij de provincie om de Geluveldmolen te verplaatsen naar het Zonnebeekse Polygoondomein in plaats van naar de Palingbeek.[32] Maar ook daar overheersen de bomen… En dan was er nog de “buurtschap De Zwarte Molen” (voorzitter Bruno Debrabandere, secretaris Stefaan Dehollander) die sinds 1976 ijverde voor om in Dranouter, op de Zwartemolenheuvel, opnieuw een staakmolen op te richten. Na een mislukte poging eind 1977 om de Geluveldmolen aan te kopen, lieten ze in 1979 hun oog vallen op de Beeuwsaertmolen van Bikschote.[33]

De Zonnebeekse burgemeester Paul Priem schreef in 1978 een brief aan het provinciebestuur om de Geluveldmolen met een oproep om de Geluveldmolen ter plaatse te behouden en te herstellen. De herstelling werd toen geraamd op 2.300.000 Belgische frank.

Twee omstandigheden leidden er toe dat de gemeente Zonnebeke de molen op 13 augustus 1979 voor een symbolische frank overnam van de provincie West-Vlaanderen. Vooreerst was er de vrees dat de molen buiten de gemeente verplaatst zou worden, met name naar het provinciaal domein De Palingbeek (zie hoger).

Daarnaast was er de belangrijke sensibiliseringsactie van de heemkring “De Zonnebeekse Heemvrienden”, door de voorstelling van hun “kunstkalender 1979” in de gemeentelijke feestzaal van Geluveld (thans OC ’t Gelevelt) op zaterdag 18 november 1978. Deze kalender bevat 14 natuurgetrouwe pentekeningen Molens van de Westhoek van kunstenaar Luc Ameel uit Poperinge, met onderschriften van Alfons Theuninck uit Zonnebeke. Aan die voorstelling was ook een tweedaagse tentoonstelling verbonden, bezocht door ruim 400 mensen, met De Zonnebeekse molens in het verleden en nu  en met 14 prachtige molenaquarellen van Luc Ameel. 

Het feit dat Geluveld voor deze voorstelling verkozen werd, had vooral tot doel de aandacht te vestigen op de Geluveldmolen, de enige nog bestaande molen van Groot-Zonnebeke. Dit werd, voor een gezelschap met veel prominenten[34], benadrukt door de sprekers: voorzitter Guido Vermeulen van de Zonnebeekse Heemvrienden, molenkenner Alfons Theuninck uit Zonnebeke, heemkundige Marcel Pauwels uit Geluveld, Jozef Pennicnk van het West-Vlaams Verbond van Heemkunde en Luc Devliegher uit Brugge, werkleider bij de Dienst Cultuur van de Provincie West-Vlaanderen. Ze verklaarden eensgezind dat de Geluveldmolen, die in 1971 provinciaal  bezit werd, zo spoedig mogelijk zou moeten hersteld worden en ter plaatse behouden blijven en dus niet verplaatst worden. In zijn wederwoord verklaarde burgemeester Paul Priem volledig akkoord te gaan met deze wensen en verhoopte de spoedige verwezenlijking. [35]

Zoals gemeld kocht de gemeente Zonnebeke de Geluveldmolen aan op 13 augustus 1979 voor een symbolische frank. Nog hetzelfde jaar werd een restauratiebestek opgemaakt door ingenieur-architect Walter Snauwaert uit Oostende (1928 - 2011)[36]. Volgens het restauratiedossier had de Belgische staat een aandeel van 60 procent en de provincie West-Vlaanderen 20% in de kosten, zodat de gemeente Zonnebeke als bouwheer nog zou instaan voor 20%.

Het Zonnebeeks College van Burgemeester en Schepenen ging echter niet akkoord met het kostenplaatje en sloot op 7 november 1980 een overeenkomst met de door hen aangestelde architect Snauwaert. Hierin werd bepaald dat de molen, samen met de standplaats (4 a 20 ca), aan deze ontwerper verkocht zou worden voor de prijs van 1 frank. De belangrijkste bepaling was die van de restauratie: "De koper verbindt zich er toe in elk geval de molen ter plaatse te laten restaureren in zijn oorspronkelijke staat op voorwaarde dat de gebruikelijke toelagen bekomen worden en mits gunstig advies om de molen ter plekke te behouden" (bijlage 5). Daarin staat geen termijn opgegeven waarin deze restauratie moest gebeuren.

Pas op 30 juni 1982 keurde de Zonnebeekse gemeenteraad de verkoop aan Walter Snauwaert-Vercamer goed en de notariële akte dateert van 20 december 1982. De transactie had nu enkel betrekking op de molen als gebouw, dus zonder de grond. Het “Comité van Aankoop” had de molen op 8 miljoen Belgische frank geschat. De symbolische frank voor de overdracht bleef evenwel behouden. Volgens de acte engageerde de koper zich “om de molen ter plaatse te laten staan en hem te restaureren zoals hij in zijn oorspronkelijke staat was”. Ze vermeldt verder: “De restauratiewerken dienen zeer dringend uitgevoerd te worden en moeten in elk geval voltooid zijn binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de datum van belofte van toelage vanwege de Staat. Het niet naleven van laatstgenoemde voorwaarde brengt van rechtswege de ontbinding mee van de verkoop. (…) In dat geval wordt de gemeente Zonnebeke opnieuw eigenaar van de molen”.

De schamele resten van de houten pestelroeden en van de vliegende gaanderij werden in 1982 weggehaald.[37] De bedekking van het teerlingkot werd weggenomen om de kruisplaatkoppen met beplanking te kunnen beschermen. De molen werd ondertussen door steeds hogere bomen omringd.

De Geluveldmolen was verschillende malen het onderwerp van een geanimeerde discussie in de Zonnebeekse gemeenteraad. Sommigen waren ertegen, anderen gebruikten hem als symbool van de deelgemeente Geluveld. De vraag is natuurlijk of de gemeente het nuttig acht(te) dat de molen gerestaureerd wordt, alsook of de molen al dan niet ter plaatse behouden blijft.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 had de gemeente Zonnebeke een nieuw schepencollege, met burgemeester Maurice Bourgois (°1931) en eerste schepen Dirk Cardoen (1939-2019). In tegenstelling tot het vorige bestuur, ging het schepencollege in 1983 wel akkoord met het voorstel dat de gemeente 15% van de kosten zou dragen - ook al was de gemeente nu geen eigenaar meer.

Eigenaar en architect W. Snauwaert schreef op 10 augustus 1984 het Zonnebeekse schepencollege aan. Hierin drukte hij de wens uit om de molen te verplaatsen – ondanks de uitdrukkelijke bepaling van de verkoopacte om de molen ter plaatse te houden. Als motief voerde hij aan: “De grote vraag is of de Geluveldse molen genoeg wind zal vangen om te kunnen werken en draaien. Want alleen daardoor blijft hij na restauratie goed”. Het schepencollege antwoordde op 12 november 1984 dat de molen in situ beschermd is, zodat verplaatsing uitgesloten is. De eigenaar moest de molen ter plaatse laten restaureren. De laatste zin luidde: “Het zou ons genoegen doen te mogen vernemen wanneer U zinnens bent tot restauratie over te gaan”.[38]

De Zonnebeekse molenkenner Alfons Theuninck toonde zich in 1989 ook gewonnen voor een verplaatsing uit reden van de molenbiotoop. Als “ideale plek” wees hij de hoek van de Kleine en Grote Molenstraat aan, een hooggelegen plaats waar vroeger een molenterp was. Betrokkene woonde overigens vlakbij deze plek.[39]

Architect Snauwaert paste zijn lastenboek voor de gehele restauratie aan. Deze werd in 1988 geraamd op ongeveer drie miljoen Belgische frank. Aangezien de subsidies uitbleven, veranderde de architect van werkwijze: hij zou eerst “dringende werken” laten uitvoeren. Deze omvatten “het plaatsen van de nodige stellingen en eventuele schoringswerken” en “de uiteenname van de molen”. Het Bestuur Monumenten en Landschappen (voorloper van het huidige Agentschap Onroerend Erfgoed) lichtte op 2 mei 1990 het Zonnebeeks gemeentebestuur in met de melding dat de vraag van de eigenaar om dringende werken uit te voeren “een positief antwoord” kreeg. Op 5 oktober 1990 ging in het gebouw van de Algemene Technische Diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in de Hoefijzerlaan te Brugge een aanbesteding door voor “dringende beveiligingswerken” en “verkenningswerken”. Deze werken, ook opgevat als eerste restauratiefase, omvatten de verwijdering van de beplanking van de molenkast (om de reële toestand na te gaan in functie van de opmaak van een dossier voor de definitieve restauratie) en het beslaan van het geraamte met waterdichte platen (in afwachting van een latere, maalvaardige restauratie).  De uitvoeringstermijn bedroeg 20 werkdagen en er was een aannemer vereist in ondercategorie D 24, klasse 1. De raming bedroeg minder dan één miljoen Belgische frank en zou voor 60% betaald worden door de Vlaamse Gemeenschap, 15% door de provincie West-Vlaanderen en 15% door de gemeente Zonnebeke. De overige 10% was voor rekening van de eigenaar.[40]

De uitvoering gebeurde pas vanaf 14 januari 1992 door Guido Decalf uit Bellegem. Dan werd de molenkast van de staak gehesen. In de onderbouw werden allerlei onderdelen opgeslagen, zoals de molenas met de vierkante gietijzeren askop (van Noord-Franse makelij), de aswielen, de schijflopen en andere wielen…[41] Het vangwiel telt 48 kammen en greep in op de schijfloop met 15 staven; het voorwiel telt 44 kammen en greep in op de schijfloop van 12 staven.[42]

Na deze demontage werden de molenvoet en –kast goed ingepakt met waterdichte platen. Architect Snauwaert stelde in 1992 een aangepast lastenboek samen vanuit een 25 bladzijden lange beschrijving. Het volgend jaar zou dan een restauratieaanvraag worden ingediend bij het Vlaams Gewest. De molenkast zou volledig ontmanteld worden om verrassingen te vermijden. Uit vroegere dossiers blijkt immers dat er vaak meer onderdelen vervangen moesten vervangen dan voorzien. De ontwerper wilde een realistisch beeld krijgen van de kosten. Diverse onderdelen, zoals de roeden, het gebinte  (staak, kruisplaten, schoren) en kotbalken dienden geheel vernieuwd te worden. Verder was Snauwaert toen van mening dat de molen, mits het in acht nemen van bepaalde veiligheidsnormen, ter plaatse behouden kon blijven en af toe zou kunnen draaien. De Zonnebeekse gemeenteraad keurde in oktober 1992 het gemeentelijk aandeel van 15% (of 184.878 Belgische frank op een totaal van 1.232.520 frank) goed.[43]

De verwachte, definitieve restauratie kwam evenwel niet op gang. Burgemeester Maurice Bourgois verklaarde in november 1996 dat hij al jaren niets meer van de eigenaar had gehoord. Hierop antwoordde de eigenaar via de pers dat hij zinnens was “de molen binnen de zes maanden te willen restaureren”.[44] Deze wens kon  evenwel niet bewaarheid worden. Pas in de volgende eeuw kwam er weer enige beweging...

Op de Zonnebeekse raadszitting van 11 juli 2005, voorgezeten door burgemeester Dirk Cardoen, ging de gemeente Zonnebeke akkoord om de Geluveldmolen (opnieuw) aan te kopen van ingenieur-architect Walter Snauwaert voor 7.500 euro. Hierbij kan opgemerkt worden dat de koper de molen in 1982 voor één symbolische frank verworven had. Eén van de bepalingen was dat de gemeente Zonnebeke zich engageerde om de molen op het grondgebied van de gemeente terug op te bouwen. De gemeente werd tevens eigenaar van het bestek en van de gedetailleerde plannen die architect Snauwaert had opgemaakt. “Met de aankoop wil de gemeente in dit erfgoeddossier opnieuw het initiatief in handen  nemen  en  op een actieve manier op zoek kunnen gaan naar de nodige restauratiesubsidie”, aldus toenmalig cultuurschepen Franky Bryon.[45]

Opnieuw verstreken er een aantal jaren. Een opmerkelijk sensibiliseringsinitiatief ging door op vrijdag 12 en zaterdag 13 juni 2009 met het thema-weekend Molenwiekend door Geluveld, ingericht door de KWB Geluveld (voorzitter Danny Baert), met financiële steun van de gemeente Zonnebeke. In het Molensteegje (tussen Geluveldplaats en de molen) werd een molententoonstelling geopend, met foto’s uit ondermeer de collectie van het Centrum voor Molinologie uit Roosendaal, en met een educatief gedeelte rond de bouw en werking van molens (van Mola, het Oost-Vlaams provinciaal molencentrum). Tevens werd via Dirk Ooghe steun bekomen van “De Zonnebeekse Heemvrienden” met de uitgave van een brochure over de molens van Geluveld. Diverse leden van de KWB Geluveld maakten een groot schaalmodel van de Geluveldmolen dat op de molenwal werd tentoongesteld. De KWB zorgde voor een Gheluvelts meulenaerke, een aperitief speciaal voor deze festiviteit gebrouwen. Op de opening waren zo’n 100 genodigden aanwezig, terwijl zo’n 600 geïnteresseerden zaterdag de tentoonstelling en de molen bezochten. Op de opening was de gemeente-overheid vertegenwoordigd door schepen Franky Bryon uit Geluveld. “Met dit evenement willen we een nostalgische terugblik bieden op het verleden van Geluveld, maar ook de idee van de heropbouw opnieuw doen opleven. Uiteraard moet nog een dossier opgesteld worden voor subsidies van de Vlaamse overheid, maar wie niet waagt niet wint", aldus Danny Baert. Volgens burgemeester Dirk Cardoen was die heropbouw toen geen prioriteit: "We kiezen voor andere noodzakelijke investeringen. Voor 2013 wordt er geen molendossier opgestart. Daarna zien we wel”.[46]

Op vraag van de toenmalige schepen voor onroerend erfgoed werd op de molensite op 22 november 2010 een overlegvergadering gehouden in aanwezigheid van erfgoedconsulente Rita De Hertog, afgevaardigden van het gemeentebestuur en Frank De Craeke, voorzitter van de Werkgroep West-Vlaamse Molens vzw. Er werd aan de gemeente voorgesteld om dringend een restauratiedossier in te dienen.

In 2013-2014 onderhandelde molenliefhebber Paul Van Gierdegeom met het gemeentebestuur van Zonnebeke om de molen aan te kopen en te verplaatsen naar de Pittemsestraat in Ardooie, op de hoogte waar ooit de Bergmolen stond. Aanvankelijk ging het gemeentebestuur principieel akkoord maar besloot in 2014 om de molen toch in eigendom te houden.[47]

Sensibiliseringsactie door Molenzorg Vlaanderen

Na de sensibiliseringsacties van 1978 en 2009 stelt Molenzorg Vlaanderen vzw de molen nu opnieuw in het daglicht. De directe aanleiding vormt het “gerucht” dat er van officiële zijde uit stappen ondernomen worden om de wettelijke bescherming op te heffen.

Uiteraard gaan we met dat laatste helemaal niet akkoord. Zoals we al aangaven in de ondertitel van onze studie is de Geluveldmolen, zowel op molenbouwkundig en op algemeen historisch vlak tè belangrijk om hem zomaar op te geven. Graag zetten we onze motivatie - die we met onze studie hopelijk voldoende hebben gestoffeerd - hier nog eens op een rijtje.

De Geluveldmolen is:

- een middeleeuwse molensite
- een herinnering aan de laatste kasteelvrouw en de eerste vrouwelijke burgemeester van ons land, Léonie Keingiaert de Gheluvelt. In dat verband kan de molen betrokken worden bij haar herdenkingsjaar in 2021.
- symbool van vernielingen en heropbouw (minstens drie keer vernield – met twee monumenten van W.O. 1 tegen de molenwal)
- de laatste van de ruim 40 Zonnebeekse windmolens (allemaal te vinden op de database van verdwenen molens op www. molenechos.org)
- één van de twee laatste grote West-Vlaamse molendossiers (de andere is de Machuutmolen in Pollinkhove)
- wereldwijd de op één na laatste staakmolen met een vliegende gaanderij (de andere is de Herentmolen in Meulebeke).

De restauratie (demontage in 2022, heropbouw wellicht in 2025-2030)

Het college van burgemeester en schepenen van Zonnebeke verleende op 14 maart 2022 de omgevingsvergunning voor de afbraak en ontmanteling van de molenkast en het torenkot. Dit werk werd uitgevoerd in de periode maart-mei 2022. De heropbouw wordt voorzien in 2025-2030.

De biotoop van de Geluveldmolen

De molenbiotoop op deze site is ook volgens vzw Monumentenwacht een heikel punt. “Om te kunnen malen heeft men minimum 4 Bft nodig. De molen stond oorspronkelijk in een uitstekende biotoop qua windvang (i.h.b. ook het hoogste punt van Geluveld). Er werd ondertussen gebouwd in de onmiddellijke omgeving van de molen, waardoor het moeilijk tot onmogelijk zal zijn om voldoende windvang te hebben. Een
molen (her)oprichten in een omgeving met beperkte windvang heeft weinig zin. Een stilstaande molen trekt geen bezoek en zal ook binnen de kortste keren vervallen daar houtborende insecten vrij spel hebben. Een draaiende molen daarentegen werkt als een magneet op publiek. Om zeker te zijn of er voldoende windvang is, zijn de windsnelheden ter hoogte van de plaats waar de wieken ooit zaten te monitoren. De
monitoring kan u uitvoeren met bijvoorbeeld een USB Weerstation.” (tot zover het verslag van de vzw Monumentenwacht). Architect Freddy De Schacht uit Ruiselede voerde in 2009 een wetenschappelijke studie uit over de molenbiotoop en kwam tot de conclusie dat de molen het best verplaatst zou worden om een goed malende molen te bekomen.

De Geluveldmolen werd in 1923 opgetrokken op een hoge molenwal en op 4 meter hoge teerlingen. De reden was de bouw, kort voordien, van de nog steeds bestaande huizenrij aan de Menenstraat. Het westelijk gedeelte ervan is het huis met hoekgevel (nr. 225) dat als herberg “Het Brouwershof” door molenaar Jules Devos werd uitgebaat. Links ervan werd in 1977 een bankkantoor opgericht, maar deze nieuwbouw is lager gelegen en lager gebouwd dan de oude huizenrij. Zodoende werd geen afbreuk gedaan aan de oorspronkelijke intentie om de molen zo hoog op te trekken.

Op 16 januari 2012 verleende het college van burgemeester en schepenen van Zonnebeke een stedenbouwkundige vergunning om achter de woning van de Kasteelstraat nr. 2 (sectie A 648k) een werkplaats (voor herstellingen van machines) met bureel te bouwen, na de sloop van een bestaande loods op deze site. De nieuwe loods werd op korte afstand van de molenberg opgericht.  Volgens vele molenkenners is een behoud ter plaatse niet meer wenselijk is dient een nieuwe standplaats gezocht te worden.

Er bestaan twee opties voor de lokatie van de herop te bouwen Geluveldmolen

I. Behoud ter plaatse mits de nodige aanpassingen, waarbij gedacht wordt aan de verhoging van de molenwal met een meter (zoals dat onlangs met succes in Kasterlee is toegepast).
Eenmaal de molenkast weer op de vier meter hoge teerlingen zou gemonteerd zijn en als de molenwal met ongeveer een meter zou opgehoogd worden, kan de molen voldoende windvang hebben.De nieuwe loods is deze duidelijk lager dan het huis. De moderne constructie van deze loods contrasteert wel, maar heeft geen bijkomende invloed op de windvang.
Nu is er nog steeds een prachtig zicht vanop de molenwal op de vallei richting Beselare met het kasteelpark van Geluveld. (Geluveld ligt op de West-Vlaamse heuvelkam).
- Bij een behoud ter plaatse zou de historische band met de dorpskern - al sinds de 15de eeuw - behouden blijven. Deze verwevenheid met de dorpskern, de kerk en het kasteel bestaat al sinds de 15de eeuw. Na de verwoestingen rond 1480, 1580 en 1914, werd de molen telkens weer op deze plaats  herbouwd. Het was ook duidelijk de visie van mevr. Leonie de Keigniaert om het verwoeste dorp weer in zijn vroegere luister te herstellen. De molen vormt samen met de kerk en het kasteel, tot de driehoek van het heropgebouwd vooroorlogs erfgoed.
- Behoud ter plaatse zou twee jaar extra uitstel voor de heropbouw vermijden. Want bij een verplaatsing dient een tweejarige procedure van "wijziging van bescherming" doorlopen te worden.
- In het beheersplan van 2019 werd de meting van de molenbiotoop uitgevoerd vanaf de molenwal, en niet vanaf de onderzijde van de wieken (= 5 meter hoger: teerlingen 4 m hoog + vliegende gaanderij). Met een verhoging van de molenwal met een meter zou op dezelfde middeleeuwse molensite een goede windvang bekomen worden.

II. Verplaatsing naar een andere lokatie met een betere windvang.
De beoogde site  (Zandvoordestraat 11) is thans onbebouwd (weiland, eigendom van Bruno Blanckaert & Jamina Degraeve) en er bestaan voorstellen om de gedemonteerde Geluveldmolen naar deze site over te brengen. 
Als voordelen worden aangehaald: 
- Duidelijke link met het molenverleden (als een vroegere molensite)
- Parkeergelegenheid naast de dunbevolkte Zandvoordestraat
- Ideale plaats en richting voor windvang
- Formidabel uitzicht vanop molensite naar de streek
- Grote zichtbaarheid
- Langs toegangsweg naar Geluveld centrum.
- Interesse intentie van grondeigenaar om molenaar te worden
- Locatie gelegen aan wandel-route Geluveld Legacy of Passchendaele en aan Bloso-fietsroute Groene lus Zonnebeke.
- Een deel van de weide hier aangeboden als nieuwe locatie  was ooit eigendom van Léonie Keingiaert de Gheluvelt  (eigenares van de Geluveldmolen. Wederopbouw op deze locatie zou tevens een eerbetoon zijn aan Léonie Keingaert, eerste vrouwelijke burgemeester van België.

Eigenaars vanaf 1830:

- voor 1834: Keingiaert de Gheluvelt Louis Bruno (de pachter is Vanheule François)
- 12.12.1847, erfenis: de kinderen: a) Keingiaert François, burgemeester te Geluveld; b) Keingiaert Sophie, eigenares te Brugge; c) Keingiaert Rosalie, eigenares te Ieper; d) Keingniaert Emilie, echtgenote Brunon Amedée, burgemeester te Ieper; e) Keingiaert Virginie, echtgenote Eisenloffel Adolphe, miitair te Mons; f) van Rode Charles, postbeambte te Ieper; g) van Rode Emilie, eigenares te Antwerpen; h) van Rode Eugène militair te Antwerpen; i) van Rode Adeline, minderjarige te Antwerpen (overlijden van Louis Keingiaert de Gheluvelt)
- 04.06.1849, deling: Keingiaert de Gheluvelt-Buyse Franciscus Bruno, eigenaar te Geluveld (notaris Renty)
- 11.08.1876, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Franciscus Keingiaert de Gheluvelt)
- 10.02.1879, deling: de weduwe (notaris Vandermeersch)
- 25.01.1896, erfenis: a) Keingiaert de Gheluvelt Bruno Gustaaf Frans, eigenaar te Geluveld en b) Smeysters-Keingiaert de Gheluvelt Jean Baptiste Emile, eigenaar te Sint-Joost-ten-Node (overlijden van de weduwe Buyse van Franciscus Keingiaert de Gheluvelt)
- 10.12.1898, deling: Keingiaert de Gheluvelt Bruno Gustaaf Franciscus, ingenieur te Geluveld (notaris Vandermeersch)
- 08.12.1903, erfenis: Keingiaert de Gheluvelt-Catteau Bruno Gustaaf Franciscus, de weduwe en b) Keingiaert de Gheluvelt Leonia Charlotta, eigenares te Geluveld (overlijden van Bruno Keingiaert de Gheluvelt)
- 13.11.1906, deling: a) Keingiaert de Gheluvelt-Catteau Bruno Gustaaf Franciscus, de weduwe (voor vruchtgebruik) en b) Keingiaert de Gheluvelt Leonia Charlotta (voor naakte eigendom), eigenares te Geluveld (notaris Guillemyn)
- 24.11.1909, einde vruchtgebruik: Keingiaert de Gheluvelt Leonia Charlotta, eigenares te Geluveld (overlijden van mevr. Catteau)
- 28.02.1966, erfenis: Vereniging van de Adel van het Belgische Rijk, te Brussel (overlijden van Leonie de Keingiaert de Gheluvelt)
- 06.01.1971, verkoop: Provincie West-Vlaanderen (beslissing gouverneur)
- 13.08.1979, verkoop: Gemeente Zonnebeke
- 20.12.1982, verkoop (van het gebouw): Snauwaert-Vercamer Walter, ingenieur-architect te Oostende
- 2005: Gemeente Zonnebeke

Zie ook: Watou, Plaatsmolen

Lieven DENEWET

[1] Marcel Pauwels, Geluveld. Verzamelde opstellen, Temse, 2010, p. 6. In de twee genoemde andere heerlijkheden kwamen geen windmolens voor. Ook nog in 1787 werd melding gemaakt dat tot de heerlijkheid Geluveld un libre moulin à vent behoorde (Koninklijke Bibliotheek Brussel, Handschriften, Fonds Mergelinck, nr. 42, Ieper 572).

[2] Archives Départementales du Nord - Lille, Série B (Chambre des Comptes), n° 1620, f° 139 v°-140 r° (bijlage 1).

[3] J. Haemers, De strijd om het regentschap over Filips de Schone. Opstand, facties en geweld in Brugge, Gent en Ieper 1482-1488 (Historische monografieën Vlaanderen, 2).

[4] Uit vergelijkend topopnymisch onderzoek tussen Geluveld en Ghyvelde (F), blijkt dat Ghielvelt wel degelijk op Geluveld betrekking heeft. Karel De Flou, Woordenboek der Toponymie van Westelijk Vlaanderen (….), IV, 1924, kol. 548-442 (Geluveld); V, 1925, kol. 174-178 (Ghyvelde).

[5] Zie vooral: Albert Bonaert, Les Keingiaert: seigneurs de Denterghem et de Gheluvelt. Avec notices en annexe sur des familles alliés, Brussel, 1983 (Le Parchemin - Recueil de l’Office généalogique et héraldique de Belgique, 33); Ilse Gesquière, Léonie Keingiaert de Gheluvelt, Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 15, Brussel, 1996, kol. 407-408 (bijlage 2); Valère Priem, Kastelen en landhuizen in de Westhoek (deel 2), Ieper, 1998; Willy Geldhof, De familie Keingiaert de Gheluvelt, heren van Geluveld, onuitgegeven werk, Geluwe 2012; Karen Derycke, Een levensweg. Léonie Keingiaert, in: V. Verbrugge e.a., Menin Road - Ypernstrasse. De weg Ieper-Menen 1914-1918, Tielt, 2015, p. 121-123.

[6] Jozef Maes, De oude molen van Geluveld, De Belgische Molenaar, jg. 62, 1967, 17 (7 september), p. 246-247; Marcel Pau-wels, De molens van Geluveld, Het Zonneheem, jg. 8, 1979, 2, p. 21-36; John Verpaalen, Molens van de frontstreek, Kortrijk, 1995, p. 62-65; Dirk Ooghe, De molen(s) van Geluveld, Het Zonneheem, jg. 38, 2009, 2, p. 21-32 (dezelfde tekst werd door KWB Geluveld uitgegeven als de brochure Molenwiekend door Geluveld. 13 juni 2009. Geluveld en zijn molens doorheen de geschiedenis); Marcel Pauwels, Geluveld. Verzamelde aantekeningen, Temse, 2010, p. 127-135.

[7] Vooral de stamboom van dhr. Damien Vermeersch uit Mortagne du Nord (Nord, F) op geneanet.org.

[8]  H. Ronse de Craene & L. Vandamme, De volkstelling 1698 in de kasselrij Ieper, Dikkebus, 1990.

[9] Andere leden van de familie Waterloos waren molenaar in Wervik, Geluwe (Koelenbergmolen) en vooral in Beselare (Stenen Molen, Molenhoek-, Sleerin- en Delobelsmolen).

[10] De familie Vanheule was o.m. ook actief op de Zonnebekemolen en Het Stampkot in Zonnebeke. Zie: Alfons Theuninck, Het Stampkot te Zonnebeke, Zonnebeke, De Zonnebeekse Heemvrienden, 1983, p. 203-205.

[11] Nieuwsblad van Yperen en van het Arrondissement, 29.09.1906, p. 3, kol. 1.

[12] Stamboom van de familie Verhellen, opgemaakt door Nick Verhellen uit Hooglede (achterkleinzoon van de Geluveldse molenaar Frederik Verhellen) en weergegeven op geneanet.org; mailbericht Nick Verhellen aan Lieven Denewet, 20.07.2019. Over de oorlogsbelevenissen van Charles Verhellen: zie ook onder “27 oktober 1914”.

[13] Klaas Maddens, De krisis op het einde van de XVIe eeuw in de kasselrij Ieper, Belgisch tijdschrift voor filologie en geschiedenis, jg. 39, 1961, p. 365-390 (379-380); opgegeven bron: Rijksarchief Brugge, Kasselrij Ieper, Fonds Vanden Haute, nr. 66 (nu in: Stadsarchief Ieper).

[14] Klaas Maddens, a.w.; opgegeven bron: Algemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamer, nrs. 44.386 (1586), f° 4-5; 44.390 (1590-1591), f° 6-9; 29.064-29.076 (1585-1610).

[15] Klaas Maddens, a.w., p. 379-380; opgegeven bron: Rijksarchief Brugge, Kasselrij Ieper, Fonds Vanden Haute, nr. 66 (nu in: Stadsarchief Ieper).

[16] Stadsarchief Ieper, Kasselrij Ieper, reeks 2, nr. 118/9a-g.

[17] Rijksarchief Kortrijk, Aanwinsten, reeks 5, nr. 2554/a (R.A. Kortrijk - 905/7 - 2554).

[18] Dirk Ooghe, a.w., p. 26.

[19] Emil Klotz, Das Württembergische Reserve-Feldartillerie-Regiment Nr. 54 im Weltkrieg 1914-1918, Stuttgart, 1929 (Die Württembergischen Regimenter im Weltkrieg 1914-1918 her-ausgegeben  von  General  H.  Flaischlen, 46), p. 9-20. Aange-

haald door: Jozef Maes, De oude molen van Geluveld, De Belgische Molenaar, jg. 62, 1967, 17 (7 september), p. 246-247; John Desreumaux, De Slag in en om Kruiseke 20-31 oktober 1914 naar Duitse bronnen, Geluwe, 2008, p. 77.

[20] Marcel Pauwels, a.w., p. 135. De Pattynsmolen (genoemd naar de laatste molenaar Charles Louis Pattyn) was een eerder kleine staakmolen, aan de Oude Komenstraat 26, gebouwd in 1873-1874 door landbouwer August Forrest. Na de oorlog werd de molen niet herbouwd. Een stukje van de molenwal en de teerlingen bleven bewaard tot in de jaren 1930.

[21] Zie vooral: Jan Vancoillie (m.m.v. Franky Bostyn & Marcel Pauwels), Halfweg Menin Road en Ypernstrasse. Gheluvelt 1914-1918, Voormezele, 2002 (Association for Battlefield Archaeology in Flanders, Studies 3), 399 p.; John Desreumaux, a.w.; Vincent Verbrugge e.a., Menin road - Ypernstrasse: de Meense Weg 1914-1918, Gone West, 2015, 216 p.

[22] Jozef Maes, De Molenhoekmolen van Beselare, De Belgische Molenaar, jg. 68, 1973, 18, p. 259-261; 20, p. 292-293; 22, losse bijlage.

[23] Verteld door André Lejeune (1911-1997), zoon van molenmaker-molenaar Achiel Lejeune op de Plaatsmolen te Watou, aan John Verpaalen. Zie: John Verpaalen, Molens van het Hoppeland, Koksijde, 1997, p. 144.

[24] Over de Plaatsmolen van Watou, zie vooral: L.A. Rubbrecht, Geschiedenis van Watou, Brugge, 1910; A.R. Goussey, De windmolens van Watou, Bachten de Kupe, IX, 1967, p. 154-159 (opnieuw verschenen in: Aan de Schreve, X, 1980, 4, p. 1-5); Herman Holemans, De windmolens van Watou, Ons Molenheem (Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem), 1996, nr. 3, p. 21-25; John Verpaalen, Molens van het Hoppeland, Koksijde, De Klaproos, 1997, p. 143-146.

[25] Lieven Denewet, Familieboek Vlaamse molenaars. Ruim 2200 verwante molenaars, molenbouwers en molenvrienden, Molenecho’s, 2019, 1, p. 30, 53, 56-57 (over de molenmakers Lejeune en Capon).

[26] Thans bestaat er wereldwijd nog slechts één andere staakmolen met een vliegende gaanderij: de Herentmolen van Meulebeke. Ook de in 1935 gesloopte Zwarte Molen op de hoek van de Kortrijk- en de Rozenstraat in Menen was hiermee uitgerust.

[27] Jozef Maes, De oude molen van Geluveld, De Belgische Molenaar, jg. 62, 1967, 17, p. 246-247; Christian Devyt, Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965, Brugge, 1966, p. 72; Id., Molenkroniek West-Vlaanderen 1935-2004, Sint-Amands, p. 99.

[28] Dirk Ooghe, De molen(s) van Geluveld, Het Zonneheem, jg. 38, 2009, 2, p. 21-32 (dezelfde tekst werd door KWB Geluveld uitgegeven  als  de  brochure  Molenwiekend door Geluveld. 13 juni 2009. Geluveld en zijn molens doorheen de geschiedenis); Willy Geldhof, De familie Keingiaert de Gheluvelt, heren van Geluveld, onuitgegeven werk, Geluwe 2012, p. V103.

[29] De houten windmolen en nabijliggende bossen worden provinciegoed, Het Ypersch nieuws, 21.08.1970, p. 13; Het Wekelijks Nieuws, 25.12.1970; Herman Holemans, Westvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. II. Gemeenten D-G, Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1994, p. 44-45; C. Devyt, Molenkroniek…, p. 113.

[30] C. Devyt, Molenkroniek…, p. 113-114.

[31] Geluveldse molen naar de Palingbeek, Het Wekelijks Nieuws, 16.09.1977, p. 27;  Tz., Geluveldse molen wordt opgeknapt en gaat verhuizen, Het Laatste Nieuws, 17 augustus 1978.

[32] Het Wekelijks Nieuws, 27.05.1977, p. 22

[33] Het nochtans prachtige Zwartemolenproject draaide helaas uit op een mislukking. Zie: Zwartemolenkermis herleeft, Het Wekelijks Nieuws (HWM), 27.08.1976; Zwartemolen kermist nog steeds zonder molen, HWM, 10.09.1982; Zwartemolen zoekt Zwartemolen, brochure van Buurtschapscomité Zwartemolen, 1983; Zwartemolenkermis zonder molen, HWM, 07.09.1984, p. 19; Project Zwartemolen, Molenecho’s, jg. 18, 1990, 2, p. 82-83: Lieven Denewet, Vijf verplaatsingen van Vlaamse standerdmolens (1992-…), Molenecho’s, jg. 20, 1992, 1, p. 8-21 (12); John Verpaalen, Molens van de frontstreek, Kortrijk, 1995, p. 52-55.

[34] De gemeente-overheid van Zonnebeke werd vertegenwoordigd door burgemeester Paul Priem (1918-2012), enkele schepenen en gemeenteraadsleden. Eregasten van buiten de gemeente waren Volksunie-senator Michel Capoen (°1934) en mevr. Bertha Platteau-Van Elslande (1920-2009) uit Vlamertinge, de eerste vrouwelijke gedeputeerde van ons land. Onder de molenliefhebbers waren o.m. aanwezig: oud-molenaar Adolf Deconinck (1889-1981) van de Spieremolen in Nieuwkerke, Jozef Dumoulin (1895-1981) uit Langemark, Jozef Maes (1899-1980) uit Beselare, Ernest Leeuwerck (1905-1990) uit Poperinge, Alfons Theuninck (1916-2012) uit Zonnebeke, molenaar André Vandevivere van de Frezenbergmolen (maalderij) uit Zonnebeke, kunstenaar Luc Ameel uit Poperinge, Jozef Frimaut en ondergetekende uit Hooglede (als jongste…).

[35] Het Wekelijks Nieuws, 03.11.1978, p. 20 en 17.11.1978, p. 12; Jozef Maes, Vlaamse windmolens. 129. Aanbieding en tentoonstelling in Geluveld, De Belgische Molenaar & Levende Molens, 22.12. 1978, p. 319-320; Het Zonneheem, jg. 8, 1979, 2 [themanummer molens en molendag te Geluveld].

[36] Zie over hem: Lieven Denewet, Leven en werk van molenontwerper Walter Snauwaert (1928-2011), Molenecho’s, jg. 39, 2011, 2, p. 68-69. Zijn archief werd gedeponeerd in het Rijksarchief Brugge. Het bestek en de plannen van de Geluveldmolen werden overgedragen aan de gemeente Zonnebeke bij de verkoop van de molen in 2005.

[37] John Verpaalen, Molens in de actualiteit. Geluveld, De Belgische Molenaar, jg. 77, 1982, 11 (november), p. 236.

[38] Zonnebeke. Gemeenteraadszitting, Het Wekelijks Nieuws (HWM), 29.10.1982, p. 21; Geluveldse molen, HWM, 05.11.1982, p. 21; Geluveldse molen, HWM, 18.02.1983, p. 21; Wanneer wordt molen hersteld? HWM, 06.05.1983, p. 21; Geluveldse molen staat er beteuterd bij, HWM, 31.01.1986, p. 21.

[39] B.Z., Waterkansje op restauratie. De molen van Geluveld is er beroerd aan toe, Het Nieuwsblad, september 1989.

[40] Bouwkroniek, jg. 70, 1990, 36 (7 september); Lieven Denewet, Openbare aanbestedingen voor werken aan Vlaamse molens in 1990, Molenecho’s, jg. 18, 1990, 4, p. 188-191 (190-191); V.K.V., Verkenningswerken aan molen Geluveld, Het Nieuwsblad, editie Ieper, 26.09.1990, p. 11; Aanbesteding voor molen, Het Wekelijks Nieuws, 28.09.1990, p. 25.

[41] Frank De Craeke, Kort molennieuws - Geluveld,  Werkgroep West-Vlaamse molens, mededelingenblad, jg. 8, 1992, 1, p. 11; John Verpaalen, Molen van Geluveld ontmanteld, Levende Molens, jg. 14, 1992, 4, p. 30.

[42] Luc Devliegher, De molens in West-Vlaanderen, Tielt-Weesp, Lannoo, 1984, p. 420-421 (Kunstpatrimonium in West-Vlaanderen, 9).

[43] Gemeenteraad Zonnebeke, Het Volk, 20.10.1992, p. 23; N. V[andewiele], Vraagtekens achter restauratie. Geluveld krijgt zijn molen terug, Het Wekelijks Nieuws (HWM), 23.10.1992, p. 1; BI, Molen van Geluveld wordt gerestaureerd, HWM, 31.01.1992, p. 25; SHI, Staakmolen in de eerste herstellingsfase, Het Laatste Nieuws, 19.06.1992, p. 16; DMI, Molendossier Geluveld krijgt wind in de zeilen, Het Nieuwsblad, 17.10.1992, p. 12; Zonnebeke - Gemeenteraad, HWM, 23.10.1992, p. 24.

[44] Luc Noppe, Wachten op renovatie van Geluveldse molen, Het Nieuwsblad, 11.12.1996, p. 15.

[45] N V[andewiele], Gemeente koopt de Geluveldse korenstaakmolen. Restauratie kan beginnen, Het Wekelijks Nieuws (HWM), 22.07.2005.

[46] EV, KWB presenteert ‘Molenwiekend door Geluveld'. Gheluveltmolen herrijst, HWM, 05.06.2009; DDW, Geluveld. KWB wil staakmolen heropbouwen, Het Laatste Nieuws, 12.06.2009, p. 17; PLI, Geluveld. Molen, Het Nieuwsblad, 16.06.2009, p. 27; EV, KWB sluit werkjaar af met Café Parlé.  Molenwiekend door Geluveld, HWN, 19.06.2009, p. 56.

[47] Frank De Craeke & Maarten Osstyn, Jarenlange verwaarlozing van de molen te Geluveld door de erkende onroerend-erfgoedgemeente Zonnebeke, West-Vlaams Molenblad, jg. 23, 2017, 4, p. 4-9; De Geluveldmolen wordt niet verkocht, De Weekbode, 08.02.2014.

Aanvullende informatie

Kaart van Geluveld door landmeter Louis de Bersaques, 1631. De noordzijde is de rechterbovenhoek. Opvallend is dat er vele aspecten nu nog herkenbaar zijn, ondanks de totale verwoesting in de eerste wereldoorlog. Links de Strate van Ypre naar Cruuseeke, aldus de straat van Ieper naar Kruiseke. Van links naar rechts loopt de huidige Kasteelstraat naar Beselare. Nummer 1 is de Sint-Margaretakerk, nr. 7 is de Geluveldmolen aan De meenen wech of Menenweg, nr. 11, hier roodomkaderd, is de mote bogaert of het huidige Kasteel van Geluveld, nr. 25 is de pastorij. De perceelsnaam van nr. 17 is muellen Driesch of Molendries. Rijksarchief Kortrijk, Verzameling Aanwinsten, reeks 6, nr. 2554a

BIJLAGEN

Bijlage 1. Octrooi verleend door de Rekenkamer van Rijsel namens keizer Karel V aan Liénard Beaugrand uit Pollinkhove, om een korenwindmolen op te richten op een perceel grond die hij pacht van de heer van Geluveld, gelegen dicht bij de kerk van Geluveld en waar vóór 60 à 70 jaar ook al een korenwindmolen stond, 16 augustus 1552. Archives Départementales du Nord - Lille, Série B (Chambre des Comptes), n° 1620, f° 139 v°-140 r°.

Droit de vend accorde pour lerection dun molin a bled au prouffit de Lienart Beaugrant en la p[ar]oisse de Ghielvelt moienn[ant] XL pat[ars] de recognoissance par an.
Les gens des comptes de Lempereur. A tous ceulx qui ces p[rese]ntes verront salut. Comme Lienart Beaugrand demourant en la paroiche de Polinchoive [Pollinkhove] ay[an]t p[rese]nte requeste et par icelle remonstree que environ soixante ou soixante dix ans y a eu ung mollin a vend s[er]vant a mieuldre bled en la paroiche de Ghielvelt [Geluveld] sur certaine place naguerres aperten[ant] au s[ieu]r dud[ict] Ghielvelt gisant assez pres de legl[is]e et bourg dud[ict] lieu que led[ict] remonstrant a prins en arrentement du s[ieu]r dud[ict] lieu.
Lequel mollin lors quil estoit en est[at] servoit au grand soullagem[ent] des manans et paroissiens dud[ict] Ghielvelt et aultres circunvoisins lesquelz depuys la ruyne dicelluy ont este fort travailliez pour la mieulture de leurs grains entant quil ny a mollin scitue en lad[icte] paroisse ny allenviron sinon de distan[ce] dunne grande demye lieue voires une lieue avecq ce que les chemins menans dud[ict] Ghielvelt aux mollins voisins sont fort mauvais signa[m]ment en temps dyver et pluvieux de sorte que lesd[icts] manans ny scavent bonnem[ent] avoir acces que leur tourne grand prejudice et a ceste cause led[ict] remonstrant a la poursuyte et requeste tant dud[ict] s[ieu]r de Ghielvelt que desd[icts] habitans desiroit f[air]e eriger ung mollin a vent a mieuldre bled sur led[ict] lieu de quil noseroit faire sans pour icelluy vent payer au prouffict de sad[icte] ma[jes]te gracieuse recongnoissan[ce] annuelle et pryant luy a faire depescher noz l[ett]res doctroy partinentes. Scavoir faisons que le tout p[ar] nous considere et en sur ce ladvis de Charles den Mar auditeur en ceste chambre et veu linforma[ti]on par luy tenue estant par nous deleghie tant pour faire visita[ti]on du lieu que sinformer sur lesd[icts] premices. Avons pour laccroissem[ent] et augmenta[ti]on de domaine de sa ma[jes]té lutilite et soulaigeme[n]t de ses subgectz aussy eue consideration que parcidevant co[m]me povoit apparoir par les anchiens vestiges y avoit eu mollin sur led[ict] lieu consenti octroye et accorde consentons octroyons et accordons par ces p[rese]ntes au nom dud[ict] s[ieu]r empereur aud[ict] Lienard Beaugrand remonstrant le vent dud[ict] mollin pour en joyr et user a mieuldre bled par luy ses hoirs ou ayans cause et a tousiours en rendant et payant ch[ac]un an perpetuellem[ent] et a tousiours tant et sy longuem[ent] que lestacque dicelluy sera droicte quarante patars de deux gros Flandres par an de recongnoissance au prouffict de sad[icte] ma[jes]te au terme de S[ainc]t Jehan Bap[tis]te et ce es mains du recev[eu]r g[e]n[er]al de Westflandres p[rese]nt ou advenir dont la premiere annee escherra au jour Sainct Jehan Bap[tis]te XVc cincquante trois lequel recev[eu]r s[er]a tenu en faire recepte et en rendre compte et relicqua au prouffict dud[ict] s[ieu]r empereur avec les aultres deniers de son entremise. A la sceurite duquel rendaige en acceptant cest accord seront affectez les motte, mollin et utensilles dicelluy pour a faulte de payem[ent] de deux annees estre poursuyvie et ratraictz a quinze jours de somma[ti]on sans aultres debvoirs. Si donnons en mandem[ent] de par lemp[er]eur n[ost]red[ict] s[ieu]r a tous ses justiciers officiers et subgectz cui ce peult et polra touchier quilz et ch[asc]un deux en droict soy facent souffrent  et laissent led[ict] Beaugrand ses hoirs successeurs et ayans cause plainem[ent] paisiblem[ent] et perpetuellem[ent] joyr et user dud[ict] octroy et consentem[ent] par la maniere dicte sans en ce luy faire mectre ou donner ne souffrir estre faict mis ou donne aucun destourbier ou empeschem[ent] au contr[air]e. En tesmoing de ce nous avons mis a ces p[rese]ntes deux de noz seaulx pour nous tous. Donne en la Chambre des comptes a Lille le XVIe jour daoust XVc cincquante deux. Ainsy soubscript par messeigneurs les gens des comptes a Lille et soubsigné C. de Callonne. 

[marges]

Cest octroy est tr[an]sporte a Jeromme de Trie presentem[ent] de ceste chambre du XXVIe de juing XVc soixante.
Soit prise garde q[ue] le rec[ev]eur g[e]n[er]al de Westflandres responde de XL pat[ars] p[ar] an dont est faire notte sur son compte fait le Vme de decembre XV c LV f° LVI f[aict] par son v° compte f[aict] VI 

[Vrije vertaling]

Toegestaan windrecht voor de oprichting van een korenmolen voor Leonard Beaugrand in de parochie Geluveld, mits een jaarlijkse cijns van 40 patars.
De leden van de keizerlijke Rekenkamer.
Aan alle lezers, onze groet. Leonard Beaugrand, die in de parochie Pollinkhove woont, heeft ons een verzoekschrift voorgelegd. Daarin verklaart hij dat in de parochie Geluveld ongeveer 60 à 70 jaar geleden een graanwindmolen stond. Deze was gelegen op een plek dat sinds kort aan de heer van het genoemde Geluveld toebehoorde, nogal dicht bij de kerk en het centrum. De vertoonder nam deze plek in pacht van de genoemde heer. De molen was tijdens zijn bestaan van groot nut voor de inwoners en parochianen van het genoemde Geluveld en omliggende plaatsen. Sinds de ruïnering van de molen ondervinden deze inwoners veel moeite om hun graan te laten malen, aangezien in deze parochie en omgeving geen molen is, dan op afstand van een grote halve mijl en zelfs van een mijl. Bovendien zijn de wegen van Geluveld naar deze naburige molens erg slecht, met name in de winter en bij regenweer. Aldus kunnen deze inwoners tot hun eigen grote schade, deze molens niet bereiken.

Om al deze redenen richt de vertoonder een verzoekschrift, zowel namens de heer als de inwoners van Geluveld, om op deze plaats een graanwindmolen op te richten. Hij durft dat verzoek niet te doen zonder Zijne Majesteit een gracieuze jaarlijkse windcijns te betalen. Tevens bidt hij voor een vlugge toezending van de octrooibrief. 

Dit doende, na alles overwogen te hebben en op advies van Charles den Mar, auditeur in deze (Reken)kamer die door ons was afgevaardigd om zich te informeren over deze premisses en een plaatsbezoek te brengen, alsook overwegende dat er voorheen op deze plek een molen stond zoals gebleken is uit de oude overblijfselen, hebben wij voor de groei van Zijne Majesteits Domeinen en voor de verlichting van zijn onderdanen,  toegestaan en octrooi verleend en doen dit door deze brieven, in naam van de keizer, aan Leonard Beaugrand om gebruik te maken van de wind van deze molen om graan te malen door hem, zijn erfgenamen of rechtshebbenden. Hij dient Zijne Majesteit jaarlijks een cijns van 40 patars aan 2 groten Vlaams te betalen, dit voor altijd en zolang de staak rechtop blijft staan. Deze som moet jaarlijks tegen Sint-Jan-Baptist [24 juni] betaald worden in handen van de Ontvanger-Generaal van West-Vlaanderen. Het eerste jaar zal vervallen op Sint-Jan-Baptistdag [24 juni] 1553. Deze ontvanger is gehouden deze som, samen met de andere penningen, te boeken en aan de Keizer over te geven.

Als borg voor de betaling van dat bedrag zullen de wal, de molen en de uitrusting gehypothekeerd worden, om bij gebreke van twee jaar betaling, te worden aangeslagen na 15 dagen aanmaning, zonder andere plichten.

Op bevelschrift van de Keizer onze Heer zullen alle rechtspersonen, ambtenaren en onderdanen die het mogen aanbelangen, gehouden zijn om Leonard Beaugrand, zijn erfgenamen en rechtshebbenden, geheel en voor altijd op de genoemde wijze van dit octrooi gebruik te laten maken en hen op geen enkele manier hinder toe te (laten) brengen. 

Als bekrachtiging van het voorgenoemde hebben wij namens ons allen twee van onze zegels aan deze brief gehangen. Gegeven in de Rekenkamer van Rijsel op 16 augustus 1552. Aldus ondertekend door de leden van de Rekenkamer van Rijsel en was getekend C. de Callonne. 

[marges] 

Dit octrooi is gegeven aan Jerome de Trie van deze (Reken)kamer op 26 juni 1560. 

Zij erop gelet dat de Ontvanger-Generaal van West-Vlaanderen 40 patars per jaar aangeeft, waarvan nota is gemaakt op zijn rekening, gedaan op 5 december 1555, f° 56.

Gedaan door zijn rekening

Gedaan in [155]6. 

Bijlage 2. Biografie van Leonie Keingiaert de Gheluvelt, heroprichtster van de molen in 1923
Ilse Gesquière in: Nationaal Biografisch Woordenboek, 15. Brussel, Paleis der Academiën, 1996, kol. 407-408. 

KEINGIAERT DE GHELUVELT, Léonie Charlotte Françoise, allereerste vrouwelijke burgemeester.
Geboren te Leuven op 3 augustus 1885 als enig kind van Bruno Gustave François Rodolphe (Geluveld 13 febr. 1856 – 8 dec. 1903), ingenieur, en van Aline Léonie Fébronie Catteaux (Kortrijk 28 mei 1863 – Monaco 9 dec. 1940). K. bleef ongehuwd en overleed te Kortrijk op 28 febr. 1966 als laatste nakomelinge van het Ieperse geslacht Keingiaert de Gheluvelt.
K. werd op 16 oktober 1921 als allereerste vrouwelijke burgemeester van België aangesteld. Ze werd burgerlijk hoofd van de gemeente waaran ze de naam droeg. De adellijke familie Keingiaert woonde sinds 1744 in een kasteel in Geluveld, dat tijdens W.O. 1 nagenoeg volledig verwoest werd. De bewoners trokken naar een buitenverblijf in Monte-Carlo om aan het oorlogsgeweld te ontsnappen. Na het zegevierend offensief van okt. 1918 keerde K. definitief terug naar de plaats waar eens de gemeente stond. Onder haar leiding werd Geluveld volledig herbouwd.
Toen in 1921 de vrouwen voor het eerst mochten deelnemen aan de gemeentepolitiek, stelde K. zich kandidaat. Daar er maar één lijst met kandidaat-raadsleden was, werden er geen verkiezingen gehouden en werd het bestuur van de gemeente meteen aan K. toevertrouwd. Het gemeentebeleid was immers al vele jaren in handen gweest van haar voorouders. En bovendien had ze tijdens de heropbouw van de gemeente haar zin voor initiatief en degelijk bestuur duidelijk bewezen.
Meer dan vijfendertig jaar zou ze als raadslid ononderbroken deelnemen aan het gemeentebeleid. Ze was burgemeester van 1921 tot 1926 en van 1933 tot 1939. Van 1959 tot 1956 was ze schepen van Financiën en Onderwijs. Op 20 september 1935 werd ze ridder in de Kroonorde voor bewezen diensten als burgemeester. Haar politieke aandacht was vooral gericht op de verdere ontwikkeling en vooruitgang van Geluveld en zijn inwoners. Ze lenigde de noden van haar medemensen en ze steunde verschillende lokale verenigingen.
Als vertegenwoordigster van de katholieke partij voerde ze eerder een liberaal politiek beleid. Dit maakte haar tot een omstreden figuur. Door de enen werd ze geëerd als een bekwaam raadslid en een bevoegde verdedigster van de gemeentelijke belangen; door de anderen werd ze afgedaan als een al te ambitieuze en zelfgenoegzame vrouw die het land rond haar kasteel bestuurde als was de tijd van de lijfeigenschap nog niet voorbij.
Ze stierf op 81-jarige leeftijd. Bij testament liet ze haar goederen in België na aan de Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België. Een stichting draagt er haar naam en houdt haar nagedachtenis in ere.
Lit.: J. Gesquière, C. Jacques en C. Marissal (o.l.v. E. Gubin en L. Van Molle), “Tien vrouwen in de politiek. De gemeenteraadsverkiezingen van 1921”, Brussel, 1994, 106-114. 



Besluitenlijst van College van Burgemeester en Schepenen. Gemeente Zonnebeke, zitting van 14 maart 2022, 09:00 uur.
Aanvraag omgevingsvergunning voor de afbraak en ontmanteling van de molenkast en torenkot van Geluveldmolen op de site gelegen Oude Komenstraat z. nr. te Zonnebeke-Geluveld.
Het college verleent de omgevingsvergunning.

-------------------------------

Persberichten

NVZ, "Wordt de Geluveldmolen ooit nog gerestaureerd?" Krant van West-Vlaanderen, editie Westhoek, 23.08.2019, p. 61
Geluveld. Nq sensibiliseringsacties in 1978 en 2009 stelt Molenzorg Vlaanderen vzw de molen van Geluveld opnieuw in het daglicht. Directe aanleiding is het gerucht dat stappen worden ondernomen om de wettelijke bescherming van de molen op te heffen.
"De Geluveldse molen bestond zeker al in 1641, want hij staat getekend op de kaarten van Sanderus. Van 1737 tot 1966 was de molen eigendom van de adellijke familie Keingiaert de Gheluvelt" zegt molenkenner Lieven Denewet. "De molen werd tijdens WO I door de Duitsers vernield. In 1923 kocht Léonie Keingiaert de Gheluvet de Plaatsmolen in Watou. Ze liet hem afbreken en terug opzetten in Geluveld, op dezelfde plaats waar de vooroorlogse molen stond. Er werd een kunstmatige heuvel gemaakt om een betere windvang te garaneren. De molen heeft maar een viertal jaar gemalen. In oktober 1926 werd hij stilgelegd dels omdat de kasteelvrouw geen verbeteringen wilde aanbrengen. Na het stilleggen begon meteen het verval."
"Na haar overlijden in 1966 gingen al haar eigendommen, waaronder de molen, naar De Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België en baron Henri d'Udekem d'Acoz werd belast met het toezicht. In 1971 werd de molen verkocht aan de provincie die hem in 1977 doorverkocht aan de gemeente Zonnebeke voor een symbolische frank. In 1980 verkocht toenmalig burgemeester Pul Priem de molen aan architect Snauwaert uit Oostende. In juli 2005 kocht het gemeentebestuur, onder leiding van burgemeester Dirk Cardoen, de molen terug voor 7.500 euro."
In fases
De Geluveldse molen werd destijds een beschermd monument, maar de restauratie bleef maar aanslepen. De hoge kosten zijn er de oorzaak van. "We zijn met 'Red de Geluveldmolen' nu een nieuwe sensibiliseringsactie gestart", zegt Lieven Denewzet. "Het gaat om een middeleeuwse mlensite. Het is tevens een oorlogsrelict en de laatste van de ruim 40 Zonnebeekse windmolens. Daarbij is het een van de twee laatste grote West-Vlaamse molendossiers en wereldwijd de op één na laatste staakmolen met een vliegende gaanderij;"
"We zijn realistisch genoeg dat de restauratie niet in een keer kan gebeuren. Vandaar dat we voorstellen om eerst enkel de molenvoet aan te pakken en pas over vijf jaar de herstelde houten bovenbouw aan te pakken. Het ou mooi zijn, mocht dit kunnen gebeuren in het Léonie Keingiaertjaar. Als de nu goed ingepakte molen maar niet weggenomen wordt."
Geen prioriteit
In een reactie stelt burgemeester Dirk Sioen (#Team8980) dat de molen onder onroerend eerfgoed valt en zo aan regels gebonden is. "De restauratie zou een hoop centen kosten en er zijn nu andere prioiriteiten. Daarbij zaal de molen op de plaats waar hij nu staat, nooit meer kunnen draaien wegens te weinig windvang door de gebouwen errond. Misschien moeten we uitzien naar een andere plaats of op de huidige plaats een kleine molen plaatsen naar hetzelfde model. Alle mogelijkheden blijven open, maar het zal niet voor direct zijn", aldus de burgemeester.
Onderschrift foto: Al jaren staat het karkas en de voet van de molen met bijhorende stukken ingepakt nabij het dorpsplein. (foto ZB).

Erik De Block, "Kan Geluveldmolen nog gered worden? Vzw Molenzorg Vlaanderen klopt aan bij gemeente Zonnebeke voor restauratie", Het Laatste Nieuws, 27.08.2019.
Foto: Maxime Petit De molen is al lang in slechte staat en werd destijds deels ontmanteld. Onder andere de wieken zijn weg.
Zonnebeke.De vzw Molenzorg Vlaanderen lanceert de sensibiliseringsactie ‘Red de Geluveldmolen’. “Niet alleen is het een middeleeuwse molensite, het is ook een oorlogsrelict en de laatste van veertig Zonnebeekse windmolens”, zegt voorzitter Lieven Denewet.De staakmolen naast een bankkantoor in de drukke Menenstraat (N8) heeft alvast een rijke geschiedenis. De molen stond aanvankelijk in Watou en verhuisde in de jaren ’20 naar Geluveld, op dezelfde plaats waar voor de Eerste Wereldoorlog al een molen stond. Er werd een kunstmatige heuvel aangelegd om meer wind te kunnen vangen. De molen heeft echter maar vier jaar gemalen.In 1971 werd de provincie eigenaar van de molen. Zes jaar later werd de staakmolen verkocht aan de gemeente Zonnebeke voor één symbolische frank. Hoewel de molen al sinds 1973 beschermd is, heeft de gemeente nooit stappen ondernomen om hem te restaureren. In 1980 verkocht toenmalig burgemeester Paul Priem de molen aan architect Snauwaert uit Oostende, maar in juli 2005 kocht de gemeente Zonnebeke de molen terug voor 7.500 euro.
Foto Maxime Petit. De staakmolen staat er maar troosteloos bij.
Restauratie
De molen verkeert echter al decennia in slechte staat. Om dringende reden werd de molen in 1992 zelfs deels ontmanteld om verder verval te voorkomen. De restauratie werd vijf jaar geleden geraamd op een half miljoen euro, waarvan de gemeente twintig procent of honderdduizend euro zou moeten betalen.
“De directe aanleiding van onze sensibiliseringsactie is het gerucht dat er van officiële zijde stappen ondernomen worden om de wettelijke bescherming op te heffen”, legt Lieven Denewet uit. “Uiteraard gaan we hiermee niet akkoord. De Geluveldmolen is zowel op molenbouwkundig als op historisch vlak te belangrijk om zomaar op te geven. We hebben het schepencollege dan ook onze motivatie en studie bezorgd. We zijn realistisch genoeg om te beseffen dat de heropbouw niet in één keer kan gerealiseerd worden. Vandaar ons voorstel om aanvankelijk alleen de molenvoet aan te pakken en pas na vijf jaar de herstelde houten bovenbouw aan te pakken.”
Foto Maxime Petit. Aan de Geluveldmolen staat een infobord.
Bewaarde stukken niet meer bruikbaar
Het schepencollege bespreekt binnen twee weken de studie van de vzw Molenzorg Vlaanderen. “We zijn bezig met de opmaak van ons beleidsplan voor deze legislatuur en bekijken wat we kunnen realiseren”, reageert burgemeester Dirk Sioen (#Team 8980). “Maar ik wil ten eerste formeel ontkennen dat de gemeente stappen zou ondernomen hebben om de wettelijke bescherming op te heffen. De molen restaureren zou mooi zijn, maar het moet financieel haalbaar zijn. De molen behoort niet tot onze prioriteiten. Op die plaats zou de molen ook nooit meer maalvaardig kunnen zijn omdat ze te weinig wind vangt door de gebouwen in de buurt. Ik ben eerder voorstander van een kleiner schaalmodel op een andere plaats. Na de ontmanteling hebben we alle stukken bewaard, maar ze zijn niet meer bruikbaar.”
Foto JVK Tien jaar geleden voerde de plaatselijke KWB al campagne om de molen opnieuw in ere te herstellen.

Noël Vandewiele, "Plannen voor ontmanteling in verval geraakte molen Geluveld. Restauatie zou hoop centen kosten", Krant van West-Vlaanderen, 08.01.2021.
GELUVELD - Komt de molen in Geluveld terug of komt er een nieuwe molen? Schepen van Toerisme Sabine Vanderhaeghen zegt dat nog maar 5% van de oude molen bruikbaar is.
De molengeschiedenis loopt al enkele jaren in het Margarethadorp. Volgens molenkenner Lieven Denneweth stond er al in 1641 een molen die van 1737 tot 1966 eigendom was van de adellijke familie Keingiaert de Gheluvelt en tijdens de Eerste Wereldoorlog werd vernield. In 1923 kocht Léonie Keingiaert de Gheluvelt de plaatsmolen in Watou. Ze liet hem afbreken en terug opzetten in Geluveld, op dezelfde plaats waar de vooroorlogse molen stond. Er werd een kunstmatige heuvel gemaakt om een betere windvang te garanderen. De molen heeft maar een viertal jaar gemalen. In oktober 1926 werd hij stilgelegd deels omdat de kasteelvrouw geen verbeteringen wilde laten aanbrengen. Na het stilleggen begon meteen het verval.
Beschermd monument
Na haar overlijden in 1966 gingen al haar eigendommen, waaronder de molen, naar De Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België en baron Henri d’Udekem d’Acoz werd belast met het toezicht. In 1971 werd de molen verkocht aan de provincie die hem in 1977 doorverkocht aan de gemeente Zonnebeke voor een symbolische frank. In 1980 verkocht toenmalig burgemeester Paul Priem de molen aan architect Snauwaert uit Oostende.
In juli 2005 kocht het gemeentebestuur, onder leiding van burgemeester Dirk Cardoen, de molen terug voor 7.500 euro.
De Geluveldse molen werd destijds een beschermd monument, maar de restauratie bleef maar aanslepen. De hoge kosten zijn er de oorzaak van.
Tijdens de laatste gemeenteraad verklaarde schepen van Toerisme Sabine Vanderhaeghen dat er plannen zijn voor de ontmanteling van de molen en die zouden in 2022 moeten gebeuren.
“Na de ontmanteling zullen de stukken bewaard worden en we kijken dan ook uit naar een andere locatie om de molen te plaatsen. Op zijn oorspronkelijke plaats was er onvoldoende windvang. De raming van de renovatiekosten is nog niet bekend”, stelt de schepen nog.
Kleinere molen?
Tijdens de raadszitting opperde Luk Hoflack het idee om een nieuwe molen te plaatsen. Het zal goedkoper zijn dan renovatie. Misschien zou het goed zijn om bij Onroerend Erfgoed te vragen de molen te schrappen. Een gerenoveerde molen zou geld blijven kosten.”
Begin dit jaar opperde burgemeester Dirk Sioen ook die gedachte. “De restauratie zou een hoop centen kosten. Misschien moeten we uitzien naar een andere plaats of op de huidige plaats een kleine molen plaatsen naar hetzelfde model.”





"Het Ypersch nieuws", 21.08.1970, p. 13.
"De houten windmolen en nabijliggende bossen worden provinciegoed.
Op één van zijn voorbije zomerzittingen betuigde de Westvlaamse provincieraad met algemeen akkoord zijn instemming het voorstel van de deputatie bij te treden en aldus over te gaan om tegenn het respectabele bedrag van 2?5 miljoen te Geluveld de houten windmolen met bijliggende grond alsmede een bosterrein van 11 Ha aan te kopen".

BI, "Molen van Geluveld wordt gerestaureerd", Het Wekelijks Nieuws, 31.01.1992, p. 25.
Reeds vele jaren stond de molen van Geluveld er bijzonder triestig bij. Jaar na jaar werd de toestand erger. De hoop dat die mooie molen eindelijk weer in zijn oude glorie zou hersteld worden, was gelukkig niet ijdel. Enkele dagen geleden werden de restauratiewerken aangevat door Guido Decalf uit Bellegem.

SHI, "Staakmolen in de eerste herstellingsfase", Het Laatste Nieuws, 19.06.1992, p. 16.
Momenteel is de Geluveldse staakmolen in een eerste fase van reparatie. De bovenbouw werd van de teerlingen (of onderbouw) genomen en bedekt met platen om dan in een volgende fase hersteld te worden.
Wanneer dit zal gebeuren wist hersteller Guido Decalf uit Bellegem niet te vertellen want er moet een nieuwe aanbesteding uitgeschreven worden.
"Het was de hoogste tijd dat de bovenbouw er afgenomen werd want een hevige windstoot had deze historische gesloten houten staakmolen naar beneden kunnen doen donderen en onherstelbaar beschadigen. Door het beschermend omhulsel is de molenkarkas nu in ieder geval gered. Het wordt afwachten tot wanneer eigenaar Snauwaert uit Oostende het licht op groen zet voor verdere herstellingswerken", besluit Guido Decalf.
De Geluveldse molen werd enkele jaren geleden door het Zonnebeekse gemeentebestuur voor de zogeheten symbolische frank verkocht aan de Oostendse molenfanaat Snauwaert. De voorwaarde was wel dat de molen in Geluveld moest blijven. De herstellingswerken zullen deels door de provincie, deels door de Vlaamse Gemeenschap en deels door het gemeentebestuur bekostigd worden. Het aandeel van Zonnebeke zou 15% bedragen.
Uit de 14de eeuw
De oorsprong van deze molen valt vermoedelijk te situeren in e 14de eeuw. De molen werd achtereenvolgens eigendom van diverse adellijke families.
Vanaf 1700 was hij in handen van de familie Keigngiaert, heer van Geluveld en Catsberg. De molen werd in 1914 stukgeschoten door de Duitse artillerie. In 1923 kocht burgemeesteres juffrouw Keingiaert de molen Vandoolaeghe in Watou. Ze liet die afbreken en wederopbouwen door Louis Cappon op de plaats waar de oorspronkelijke molen stond. De "staakmolen met vliegende gaanderij" en gemetselde voet werd maar korte tijd gebruikt. Sinds juni 1973 is de geluveldse molen een beschermd monument.

Persbericht. EV, "KWB presenteert ‘Molenwiekend door Geluveld'. Gheluveltmolen herrijst", in: Het Wekelijks Nieuws, 05.06.2009.
Op zaterdag 13 juni van 10 tot 19.30 uur is in het Molensteegje een tentoonstelling te bezoeken rond de staakmolen van Geluveld. De tentoonstelling wordt op poten gezet door KWB Geluveld. Tevens is op de oorspronkelijke locatie een indrukwekkend schaalmodel te bewonderen van de molen anno 1925.
Als KWB Geluveld maken wij deel uit van de cultuurraad van Zonnebeke", vertelt voorzitter Danny Baert.
"Oorspronkelijk waren we van plan om een tentoonstelling te organiseren rond plaatselijke kunstenaars. Plots kwam iemand met het idee aandraven om wat te doen rond de molen van Geluveld. Bij de gemeente dienden we een dossier in en kregen de toestemming om dergelijk project uit te werken met financiële steun van de gemeente Zonnebeke."
"Op 13 juni is het precies 36 jaar geleden dat de molen een beschermd monument werd. Tevens organiseert de gemeente dan ook haar vijfde Accordeonfestival. Zo kunnen de mensen die afzakken naar de tentoonstelling nadien gerust aansluiten bij het Accordeonfestival. Het project speelt zich volledig af in het Molensteegje, vlak bij de locatie waar tot in 1992 de molen van Geluveld stond. Momenteel staan de restanten daar al 17 jaar ingepakt", aldus nog de voorzitter.
Maquette
"We zijn verder zeer trots op de maquette die door diverse leden in elkaar werd getimmerd", aldus nog Danny Baert. "Honderden werkuren werden eraan besteed. Het toont de molen anno 1925, dus kort voor die in werking werd gesteld. Tevens is er ter plaatse een tentoonstelling rond de molen, waarbij foto's uit de oude doos een belangrijke rol gaan spelen. We kunnen de molen bewonderen van opbouw tot verval. Via het Centrum voor Molinologie (Roosendaal in Nederland) kwamen we in contact met John Verpaalen, die toegang heeft tot een immens archief van molenfoto's. Ook de molen van Geluveld zat in hun archieven. In samenwerking met Mola - het provinciaal Molencentrum van Oost-Vlaanderen - wordt een educatief gedeelte rond de bouw en de werking van molens ingericht. Hierbij wordt ook info op kindermaat voorzien. Tevens kregen we via Dirk Ooghe de steun van de Zonnebeekse Heemvrienden en zal er een brochure rond Geluveld en zijn molens - want het waren er verscheidene - beschikbaar zijn."
Eventuele heropbouw
Ook de toevallige voorbijganger zal merken dat er in het centrum van Geluveld wat te beleven valt.
"Vooreerst willen wij de inwoners van Geluveld eens confronteren met de geschiedenis. Veel ouderen hebben nog nostalgische herinneringen aan de molen en kunnen met deze tentoonstelling eens hun hartje ophalen. Voor de jeugd en de inwijkelingen in de gemeente zal het een unieke kans zijn om eens kennis te maken met deze oude molen. Voorts zouden we graag het idee doen opleven om ons allen te scharen achter de wederopbouw van de molen. Gheluveltmolen is beschermd en komt zo in aanmerking voor subsidiëring bij een eventuele heropbouw. Natuurlijk moet vooraf nog een dossier worden opgesteld en dient de Vlaamse Overheid akkoord te gaan. Maar wie niet waagt, niet wint", aldus Danny Baert.
Tenslotte doet de KWB nog een laatste oproep : "Mochten er nog mensen zijn die originele stukken (foto's, tekeningen, ...) van de molen in hun bezit hebben en die deze ook willen tentoonstellen, dan kan dit na contact met iemand van het bestuur. We zouden trouwens graag alles wat er bestaat rond deze molen eens inventariseren", aldus de KWB-voorzitter tot besluit.

DDW, DMN, "Geluveld. KWB wil staakmolen heropbouwen", in: Het Laatste Nieuws, 12.06.2009, p. 17.
De KWB van Geluveld organiseert zaterdag een tentoonstelling over de staakmolen, die tot 1992 in de dorpskom stond. De vereniging heeft een indrukwekkende maquette gemaakt en droomt er stiekem van dat de molen ooit weer heropgebouwd geraakt.
De molen van Geluveld werd in gebruik genomen in de jaren '20 en zeventien jaar geleden afgebroken. Sindsdien staan de restanten ingepakt om ze te beschermen tegen verval. Hoewel de molen sinds 1973 beschermd is, ondernam de gemeente nooit stappen om hem te restaureren. Met een tentoonstelling wil de KWB nu het vuur weer aanwakkeren. "De expo is zaterdag van 10 tot 19.30 uur te bezoeken. Je kunt er foto's uit de oude doos bekijken en meer te weten komen over hoe een molen gebouwd wordt. Pronkstuk is een maquette van de molen anno 1925, waar we honderden uren aan gewerkt hebben. Met dit evenement willen we een nostalgische terugblik bieden op het verleden van Geluveld, maar ook de idee van de heropbouw opnieuw doen opleven. Uiteraard moet nog een dossier opgesteld worden voor subsidies van de Vlaamse overheid, maar wie niet waagt niet wint."
Volgens burgemeester Dirk Cardoen van Zonnebeke is die heropbouw momenteel geen prioriteit. "We kiezen voor andere noodzakelijke investeringen. Voor 2013 wordt er geen molendossier opgestart. Daarna zien we wel".

Persbericht. PLI, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 16.06.2009.
Zonnebeke - Het voorbije weekend werd de molen van Geluveld door de plaatselijke KWB-afdeling weer opgebouwd, weliswaar in schaalmodel, maar wel op dezelfde locatie. KWB Geluveld hoopt dat de echte molen, die beschermd is en waarvan restanten bewaard zijn, weer kan worden opgebouwd.

Provincie West-Vlaanderen. Arrondissement Ieper. Gemeente Zonnebeke.
8688 Zonnebeke, de 7 november 1980
Telefoon 051/77 71 34
Overeenkomst
Tussen enerzijds het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Zonnebeke, vertegenwoordigd door de Heer Paul Priem, Burgemeester en de Heer Antoon Ghesquière, gemeentesekretaris,
en anderzijds Ir. en Mevrouw Walter Snauwaert-Vercamer, wordt overeengekomen wat volgt, onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad en door de Hogere Overheid:
De open staakmolen, gelegen te Geluveld, alsmede het perceel grond, sectie A nrs 646b - 647a, waarop de molen zich bevindt, groot zijnde 4a 20 ca wordt verkocht aan Ir. en Mevrouw Walter Snauwaert-Vercamer voor de som van 1 frank.
De koper verbindt zich er toe in elk geval de molen ter plaatse te laten restaureren in zijn oorspronkelijke staat op voorwaarde dat de gebruikelijke toelagen bekomen worden en mits gunstig advies om de molen ter plekke te behouden.
Deze molen werd gerangschikt als monument overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 van de wet van 7 augustus 1931 om reden van zijn historische en artistieke waarde.
Namens het schepencollege,
De sekretaris         De burgemeester,
(handtekening)       (handtekening) 
A. Ghesquière        P. Priem
(met stempel van het Gemeentebestuur van Zonnebeke)

"De Geluveldmolen wordt niet verkocht", De Weekbode, 08.02.2014.
Zonnebeke - Geruchten deden de ronde dat de gemeente de molen van Geluveld zou verkopen. Volgens eerste schepen Dirk Sioen is daar geen sprake van.

Archieven en landkaarten
- Archives Départementales du Nord - Lille, Série B (Chambre des Comptes), n° 1620, f° 139 v°-140 r° (heroprichting in 
- Rijksarchief Kortrijk, Verzameling Aanwinsten, Reeks 6, nr. 2554/a (R.A. Kortrijk - 905/7 - 2554). Kaart van Geluveld door landmeter Louis de Bersaques, 1631. 
- Antonius Sanderus, Kaart van de Kasselrij Ieper, 1641.
- Pennier, Kaart van Vlaanderen, ca. 1700 (Vincennes, Archives de la Guerre).
- "Théâtre de la guerre en Flandrre avec les Campements et un journal de l’Armée alliée pendant la campagne", 1744. Anoniem, handschrift. (Koninklijk Archief, H III e 428).
- Ferrariskaart (ca. 1775)
- Koninklijke Bibliotheek Brussel, Handschriften, Fonds Mergelinck, nr. 42, Ieper 572 (tekst uit 1787 met de melding dat tot de heerlijkheid Geluveld "un libre moulin à vent" behoorde).
- Atlas der Buurtwegen (ca.1844)
- Topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850)
- Kadastrale kaart en legger van P.C. Popp (ca. 1855)

Gedrukte bronnen
- "Nieuwsblad van Yperen en van het Arrondissement", 29.09.1906, p. 3, kol. 1.

Werken
- Annoot Roland, "De molens in het Westland", Ieper, 1950, p. 12.
- Architectuurstudio De Schacht en partner(s) bv ovv bvba, "Dossier 18.01. Beheersplan 'Houten staakmolen te Geluveld' ", Ruiselede, 10.07.2022.
- Cornilly Jeroen, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 239.
- De Craeke Frank, "Kort molennieuws - Geluveld",  Werkgroep West-Vlaamse molens, mededelingenblad, jg. 8, 1992, 1, p. 11
- De Craeke Frank & Osstyn Maarten, "Jarenlange verwaarlozing van de molen te Geluveld door de erkende onroerend-erfgoedgemeente Zonnebeke", West-Vlaams Molenblad, jg. 23, 2017, 4, p. 4-9.
- Denewet Lieven, "Familieboek Vlaamse molenaars. Ruim 2200 verwante molenaars, molenbouwers en molenvrienden", Molenecho’s, 2019, 1, p. 30, 53, 56-57 (over de molenmakers Lejeune en Capon).
- Denewet Lieven, "Openbare aanbestedingen voor werken aan Vlaamse molens in 1990", Molenecho’s, jg. 18, 1990, 4, p. 188-191 (190-191);
- Denewet Lieven, "Red de Geluveldmolen !", Molenecho's, jg. 47, 2019, p. 80-102.
- Devliegher Luc, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 420-421 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
- Devyt Christian, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 72.
- Geldhof Willy, "De Geluveldse molens, eens de trots van de gemeente", Geluwe, 2011.
- Goussey A.R., "De windmolens van Watou", in: Bachten de Kupe, IX, 1967, p. 154-159; opnieuw verschenen in: Aan de Schreve, X, 1980, 4, p. 1-5.
- Holemans Herman, "Westvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel III. Gemeenten H-J", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1995, p. 44-45.
- Maes Jozef, "De oude molen van Geluveld", in: De Belgische Molenaar, jg. 62, 1967, nr. 17 (7 sept.), p. 246-247.
- Ooghe Dirk, "De molen(s) van Geluveld", in: Het Zonneheem, 38ste jg., 2009, nr. 2 (april-juni), p. 21-32 (dezelfde tekst werd door KWB Geluveld uitgegeven  als  de  brochure  "Molenwiekend door Geluveld. 13 juni 2009. Geluveld en zijn molens doorheen de geschiedenis")
- Pauwels Marcel, "De molens van Geluveld", in: Zonneheem, Heemkundig tijdschrift van 'De Zonnebeekse Heemvrienden', Zonnebeke, jg. 8, 1979, nr. 2, z.p., plan.
- (Smet L.), "Geluveld", in: Molenecho's, VI, 1978, p. 50-51.
- Verpaalen John, "Molens van de frontstreek", Kortrijk, 1995, p. 62-65.
- Verpaalen John, "Molen van Geluveld ontmanteld", Levende Molens, jg. 14, 1992, 4, p. 30.
- Verpaalen John, "Windmolens in de actualiteit [Langemark; Geluveld; Zarren-Werken; Merkem; Komen; Diest; Tessenderlo]", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 11 (november), p. 236 en 245.

Persberichten

- De houten windmolen en nabijliggende bossen worden provinciegoed, Het Ypersch nieuws, 21.08.1970, p. 13.
- De oude molen van Geluveld, Het Wekelijks Nieuws, 25.12.1970.
[Gemeenteraad Zonnebeke - Vraag van raadslid Leon Hoflack], Het Wekelijks Nieuws, 27.05.1977, p. 22.
- Geluveldse molen naar de Palingbeek, Het Wekelijks Nieuws, 16.09.1977, p. 27.
- Tz., Geluveldse molen wordt opgeknapt en gaat verhuizen, in: Het Laatste Nieuws, 17 augustus 1978.
- [Over de molendag in Geluveld], Het Wekelijks Nieuws, 03.11.1978, p. 20; 17.11.1978, p. 12.
- Zonnebeke. Gemeenteraadszitting, Het Wekelijks Nieuws, 29.10.1982.
- Geluveldse molen, Het Wekelijks Nieuws, 05.11.1982, p. 21.
- Geluveldse molen, Het Wekelijks Nieuws, 18.02.1983, p. 21.
Wanneer wordt molen hersteld? Het Wekelijks Nieuws, 06.05.1983, p. 21.
- Geluveldse molen staat er beteuterd bij, Het Wekelijks Nieuws, 31.01.1986, p. 21.
- B.Z., Waterkansje op restauratie. De molen van Geluveld is er beroerd aan toe, Het Nieuwsblad, september 1989.
- V.K.V., Verkenningswerken aan molen Geluveld, Het Nieuwsblad, editie Ieper, 26.09.1990, p. 11.
- Aanbesteding voor molen, Het Wekelijks Nieuws, 28.09.1990, p. 25.- Gemeenteraad Zonnebeke, Het Volk, 20.10.1992, p. 23.
- V[andewiele], Vraagtekens achter restauratie. Geluveld krijgt zijn molen terug, Het Wekelijks Nieuws, 23.10.1992, p. 1.
- BI, Molen van Geluveld wordt gerestaureerd, Het Wekelijks Nieuws, 31.01.1992, p. 25.
- SHI, Staakmolen in de eerste herstellingsfase, Het Laatste Nieuws, 19.06.1992, p. 16.
- DMI, Molendossier Geluveld krijgt wind in de zeilen, Het Nieuwsblad, 17.10.1992, p. 12.
- Zonnebeke - Gemeenteraad, Het Wekelijks Nieuws, 23.10.1992, p. 24.
- Luc Noppe, Wachten op renovatie van Geluveldse molen, Het Nieuwsblad, 11.12.1996, p. 15.
- V[andewiele], Gemeente koopt de Geluveldse korenstaakmolen. Restauratie kan beginnen, Het Wekelijks Nieuws, 22.07.2005.
- EV, KWB presenteert ‘Molenwiekend door Geluveld'. Gheluveltmolen herrijst, Het Wekelijks Nieuws, 05.06.2009.
- DDW, DMN, Geluveld. KWB wil staakmolen heropbouwen, Het Laatste Nieuws, 12.06.2009, p. 17.
- PLI, Geluveld. Molen, Het Nieuwsblad, 16.06.2009, p. 27.
- EV, KWB sluit werkjaar af met Café Parlé. Molenwiekend door Geluveld, Het Wekelijks Nieuws, 19.06.2009, p. 56.
- De Geluveldmolen wordt niet verkocht, Het Wekelijks Nieuws, ed. Ieper-Poperinge, 08.02.2014.
- NVZ, "Wordt de Geluveldmolen ooit nog gerestaureerd?" Krant van West-Vlaanderen, editie Westhoek, 23.08.2019, p. 61.
- Erik De Block, "Kan Geluveldmolen nog gered worden? Vzw Molenzorg Vlaanderen klopt aan bij gemeente Zonnebeke voor restauratie", Het Laatste Nieuws, 27.08.2019.
- Noël Vandewiele, "Plannen voor ontmanteling in verval geraakte molen Geluveld. Restauatie zou hoop centen kosten", Krant van West-Vlaanderen, 08.01.2021.

Mailberichten
- Nick Verhellen, Hooglede, 07.01.2011 (achterkleinzoon van molenaar Frederic Verhellen).
- John Verpaalen, Roosendaal, 21.06.2021.
- Gerdy Corselis, Wervik, 22.03.2022.
- Maarten Osstyn Melsele, 22.05.2022

Overige foto's

transparant

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Foto Lieven Denewet, 04.07.2019

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Foto Patrick Goossens, 1990

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

De opgeslagen as met het voorwiel. Foto Maarten Osstyn, 06.09.2012

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Foto: Cyriel Denewet, 1973

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Toestand rond 1928. Verzameling Ons Molenheem

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Foto Alfred Ronse, 1926, kort na de heropbouw, afdruk van glasnegatief coll. Stichting Levende Molens Roosendaal.

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Kaart van Geluveld door landmeter Louis de Bersaques, 1631. De noordzijde is de rechterbovenhoek.

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

De Gheluvelts molen, samen met de Becelare molen en de Gelewe molen op een fragment van de Kaart van de Kasselrij Ieper door Antonius Sanderus, 1641

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Fragment van een kaart door P. Renovanz met opstellingen van het Duits infanterieregiment nr. 171 nadat Geluveld was veeroverd, 1914-1915. De Geluveldmolen was dan al vernield. Coll. In Flanders Field Museum, Ieper

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Molenaar Fredericus Verhellen en zijn vrouw

Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen

Zoon Charles Verhellen, hier in soldatenuniform, was molenaar toen WO I uitbrak (coll. Nick Verhellen, Hooglede)


Laatst bijgewerkt: vrijdag 3 juni 2022
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen Geluveldmolen<br />Keingiaertmolen, Geluveld (Zonnebeke)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens