Moorslede, Vlaanderen, West-Vlaanderen
- Naam
- Waterdammolen - II
- Ligging
- Zonnebeeksestraat 2
8890 Moorslede
gehucht Waterdam
kadasterperceel sectie D nr. 611
(wind- en rosmolen)
Vlaanderen - West-Vlaanderen
- Gebouwd
- voor 1464 (watermolen) / tussen 1650 en 1668 (windmolen)
- Verdwenen
- voor 1543 (watermolen) / 1914 (oorlog)
- Type
- Staakmolen met open voet
- Functie
- Korenmolen
- Bescherming
- niet,
- Database nummer
- 2276
Karakteristiek
Beschrijving / geschiedenis
Naam
Watermeulen (de watermolen, maar ook de latere windmolen), Meulen te Watermeulendam, Waterdammolen (naar de plaatsnaam en de heerlijkheid).
Het komt op het eerste gezicht vreemd over dat de latere windmolen ook "Watermeulen" genoemd werd. Deze benaming verwijst naar de heerlijkheid die op zijn beurt genoemd werd naar de vroegere watermolen
Type/technische kenmerken
Aanvankelijk een watermolen met onderslagrad.
Later een staakmolen op teerlingen, op een hoge molenwal. Twee zolders.
In de verkoopsakte van 23.11.1889 werd ook melding gemaakt van de bijhorende rosmolen.
Functie
Korenmolen.
Ligging
Zonnebeeksestraat 2 (noordzijde), huis (vroeger maalderijgebouw) bewoond door Marc Geldof en Sandra Vandenameele, bij de Passendalebeek, gehucht Waterdam. Kadasterperceel sectie D nr. 611.
Oprichting
De watermolen werd opgericht voor 1464: vermelding van De estienne vanden watermolen in het renteboek van de heerlijkheid Moorslede.
De windmolen werd gebouwd door molenmaker Jacobus Decapmakere tussen 1650 en 1668, in opdracht van Jacobus Nicolas van Elstlande (+ Oudekapelle 1697), heer van Watermolendam. De heerlijkheid bezat het justitierecht in lagere, middele en hogere zaken, had een baljuw met griffier en schepenen.
Eigenaars en molenaars
De opeenvolgende heren van Watermolendam bleven eigenaar tot het einde van het Ancien Regime. Tot in het midden van de 19de eeuw bleef de windmolen in handen van de adellijke familie de Patin.
- Jacobus Nicolas van Elslande (+ 1697)
- Pierre Pattyn (Sint-Jan, 1660-1735), opeenvolgend gehuwd met Thérése de Smidt (°Ieper 1663) en Jeanne Gryson (+ 1741)
- zoon Charles-Philippe Pattyn (Sint-Jan, 1687-1773), gehuwd met Thérése-Waltrude du Bois
- burggraaf Frans-Willem de Patin (°1724), gehuwd in 1750 met Joanna Antonia Monica de Grou
- Joseph-Charles Vicomte de Patin de Langemarck (°Sint-Jan 1757 - + Langemark 1852 - 95 jaar!), gehuwd met Françoise Marie Louise Diericx de Tenham (°1795 - + Langemark 1852)
- zoon Joseph-Felix de Patin (Sint-Jan, 1824-1862).
De molen was in erfpacht gegeven aan de molenaarsfamilie Ghyselen:
- Jan Ghyselen de jonge (°ca. 1620 - + na 1672), die driemaal huwde, opeenvolgend met Maria Vanderhaeghe (°ca. 1622 - + 1652), Michaela Cruyssaert en Joanna Geldhof
- Petrus Joannes Dominicus Ghyselen, gehuwd met Anna Catharina Cornillie
- zoon Pieter Jan Ghyselen (Moorslede, 1747-1817), gehuwd met Maria Joanna Lowie (°Passendale 1754 - + Moorslede na 1817)
- de kinderen, waaronder Pieter Jan Ghyselen (junior, Moorslede, 1779 - voor 1834).
Bij akte verleden voor notaris Delavie op 26 oktober 1853 verkocht Joseph Felix de Patin de molen aan de gezusters Maria Theresia Cécile (Moorslede, 1777-1869) en Catherina Rosa Ghyselen (°Moorslede 1796), dochters van Pieter-Jan Ghyselen (senior). Catherina Rosa werd na het overlijden van haar zus in 1869 de enige eigenares. Via een verdeling op 23.11.1889 (notaris D'Huvettere) kwam de molen toe aan molenaar Clement Allegaert-Declercq. Bij akte verleden voor notaris Deneckere op 2 januari 1911 werd de molen verkocht aan Remi Decorte. Remi was een boerenzoon uit Gits (°Gits 1871 - + Moorslede 1935) en huwde in 1911 met Elodie Buyse (°Staden 1881-na 1965). Hij werd de laatste windmolenaar.
Feiten en gebeurtenissen
Deze windmolen op de heerlijkheid Watermolendam was eigenlijk een late opvolger van de middeleeuwse watermolen. We hebben echter geen aanwijzingen gevonden dat de watermolen nog bestond toen de windmolen gebouwd werd.
In 1772 klaagde de baljuw van de parochie en de heerlijkheid Moorslede de molenaar van de Waterdammolen aan, omdat die binnen de heerlijkheid Moorslede een aantal keren geketst had. Zijn zoon had met een kruiwagen graanzakken afgehaald, deze laten malen in zijn vaders molen en het meel teruggevoerd. Dit was ten nadele van s'heerens coorenwintmeulen of de Moorsledemolen. Daarom werd, volgens de costumen van de Zaal en Kasselrij Ieper, een boete van 3 ponden parisis gevorderd voor elke gemaelen backte die in overtreding was.
Eigenaar François Depattin, die o.m. ook het kasteel Ter Beke (het zgn. Rattenkasteel) te Geluwe bezat, liet in 1773 de Ter Hand-molen in Geluwe bouwen als een houten oliewindmolen (vernield in 1914).
Tijdens de kerkvervolging in de Franse Tijd (1797-1801) werd pastoor Jan-Baptist Dumortier van Moorslede (Geluwe 1749-Moorslede 1819) uit zijn kerk gebannen, omdat hij weigerde de eed van trouw aan de Franse republiek af te leggen. Om niet aangehouden en naar de Franse eilanden vervoerd te worden, zocht hij een schuilplaats. Molenaar Pieter Jan Ghyselen stelde zijn molenhuis ter beschikking van de pastoor, die aldaar bijna drie jaar verbleef, verkleed als molenaarsgast! In het huis werden misvieringen gehouden (ook 's nachts), doopsels en huwelijken voltrokken en biecht gehoord. Allerhande kerkelijke attributen (ornamenten, kelk, remonstrans, kandelaars, priester- en altaargewaden) werden er heimelijk bewaard. De Kerk was de molenaar uiteraard dankbaar: hij werd benoemd tot dismeester en tot prins van de Confrerie van het Allerheiligst Sacrament en hij werd begraven in de kerk van Moorslede...
De kadasterdiensten rangschikten de molen rond 1850 als windkoornmolen 2de klas en begrootten hem op 248 frank.
De molen waaide in 1876 om, maar werd nog hetzelfde jaar heropgericht.
Om ook bij windstilte te kunnen malen, stond naast de molen een rosmolen (vermeld in 1889) en in 1911 plaatste Remi Decorte een benzinemotor.
Na de eerste wereldoorlog richtte hij een mechanische maalderij op. Na zijn dood in 1935 zetten zijn zonen Henri Decorte-Vermander en Maurice Decorte-Vermeulen de graan- en veevoederhandel en vlaszwingelarij verder. Het maalderijgebouw is nu gerenoveerd tot woning.
Verdwijning
De watermolen was reeds verdwenen voor 1543: hij wordt immers niet meer vermeld in het Penningkohier van Moorslede (Rijksarchief Brugge). De benaming watermolen bleef tot op heden in de toponymie behouden, dank zij de benaming Watermolen(dam) als heerlijkheid en als wijknaam. Ook de beek (Watermeulenbeke, 1700), de dam (Watermolendam, vele meldingen, zoals in 1576: "de strate die loopt vanden watermeulendam naer Zunnebeke") en percelen meers (meulenbroeken, 1553-1894) en land (watermuelen bilck, 1553; watermuelen stick, 1660) hielden de herinnering levend. Het akkerperceel ten westen van het molenperceel werd in 1700 nog steeds de speye genoemd: een rechtstreekse verwijzing naar de vroegere watermolen! Verder waren in het midden van de 16de eeuw in Moorslede verschillende naamdragers Vander Watermuelene (Pieter, Dennis, Jan,...).
De windmolen vond zijn ondergang in de eerste wereldoorlog. Op Schuwe Maandag 19 oktober 1914 wilden de Engelsen de molen dynamiteren, maar hun poging mislukte. Een dag later, om 20-22 uur, staken de Duitsers hem in brand, samen met de 500 meter westwaarts gelegen Keibergmolen te Beselare. Tot ver in de omtrek kon men de vlammen zien. De Duitsers verbouwden de molenwal tot schuilplaats en ze richtten de Waterdamhoek in als rustkwartier.
Lieven DENEWET, Hooglede
Literatuur
Archieven
Archief van de Heemkundige Kring Dadingisila - Dadizele, KA-BEH-KL08-MP030 (inbreuk tegen het ketsverbod, 1772).
Provinciaal Archief Sint-Andries, Hinderlijke inrichtingen, nr. A3/A6/A7-GB/1999-22-w (toestemming Bestendige Deputatie aan weduwe Decorte voor graanmaalderij en vlaszwingelarij, gas- en elektromotor, 05.08.1938).
Provinciaal Archief Sint-Andries, Hinderlijke inrichtingen, nr. A7-GB/2002 (toestemming Bestendige Deputatie aan gebroeders Decorte voor graanmaalderij, 04.05.1972).
Rijksarchief Brugge, Aanwinsten, nr. 5277 (renteboek heerlijkheid Moorslede, 1464-1468), f° 4.
Rijksarchief Brugge, Bevolkingsregisters 1814-1816, reeks I, nr. 133 (Moorslede)
Stadsarchief Ieper, Kasselrij Ieper, I, nr. 2545 (Register van de wettelijke passeringen van de heerlijkheid Moorslede, 1553-1583).
Stadsarchief Ieper, Kasselrij Ieper, I, nr. 2651 (Landboek heerlijkheid Watermolen, 1668)
Stadsarchief Ieper, Kasselrij Ieper, I, nr.. 2648 (Landboek heerlijkheid Watermolen, 1700).
Gedrukte bronnen en kaarten
Atlas des communications vicinales de la Commune de Moorslede. Arrondissement administratif de Roulers. Province de Flandre Occidentale [Atlas der Buurtwegen - Moorslede],1846.
Gemeente Moorslede. Oorspronkelijke Kadastrale Legger of Alphabetische-Lyst der Grond-Eigenaren, met omschryving van derzelver ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen,... Brugge, P.C. Popp, ca. 1840.
Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, op initiatief van graaf de Ferraris, 1771-1777.
Kadastrale kaart van Moorslede door P.C. Popp, ca. 1840.Volkstelling 1814. Deel 50. Moorslede - Dadizele - Leffinge, Brugge, VVF, 2005.
Literatuur
Lieven DENEWET, "De molens van Moorslede", Moorslede, Heemkundige Kring Moorslede, 2007;
H. BIERRE, Schets over Slyps in twee deelen met eene kaartplan van 't omliggende der plaats om de verschillige veranderingen verstaanbaar te maken, Ieper, 1903, p. 41, 46.
BONAERT, La famille Pattyn ou Patin à Ypres, in: Le Parchemin, nr. 145, 1970, p. 21.
M. COORNAERT, Watermolens en hilteweren in West-Vlaanderen, Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 1980, p. 45-53.
G. DEBOUTTE, a.w.
K. DE FLOU, a.w., X, 1930, kol. 790; XV, 1934, kol. 31; XVII, 1936, kol. 104-111.
H. HOLEMANS, a.w., p. 56-57.
R. HOUTHAEVE, a.w., p. 206.
R. HOUTHAEVE & N. LECLUYSE, a.w., p. 13, 56, 97
N. LECLUYSE, O. DENORME, O. MUS, a.w., p. 23, 58.
J. MAES, Moorslede, de Waterdammolen, De Belgische Molenaar, LXVI, 1965, nr. 24, p. 384-385.
J. MAES, En nog..., p. 190-192.
J. MAES, Nog..., p. 60-61.
M.J. VAN DEN WEGHE, Geschiedenis..., p. 223-226.
M.J. VAN DEN WEGHE, Windmolens..., p. 208-212.
Herman Holemans, "Rosmolens in de provincie West-Vlaanderen in de periode 1834-1900. Deel 5", Studiekring Ons Molenheem, 1994, 1, p. 3-8.