Molenzorg
Jauchelette (Jodoigne), Waals-Brabant
<p>Moulin de la Brasserie<br />Moulin domestique</p>
Foto: Jean-Paul Vingerhoed, Corroy-le-Grand, april 2008
Naam

Moulin de la Brasserie
Moulin domestique

Ligging rue de l'Abbaye 19
1370 Jauchelette (Jodoigne)

op de Grote Gete


toon op kaart
Geo positie 50.680782, 4.852752
Eigenaar Privaat
Gebouwd Voor 1762
Type Onderslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Vierkantig gebouw in baksteen en Gobertange-natuursteen
Gevlucht/Rad Overdekt onderslagrad (verwijderd)
Inrichting Verwijderd
Toestand Ruïne, renovatie in uitvoering (2008)
Bescherming M: monument,
Als deel van de vroegere abdijgebouwen
Molenaar Geen
Openingstijden Op aanvraag

Beschrijving / geschiedenis

De oude abdij van de cisterziënzer slotzusters werd in 1215 gesticht op het grondgebied van Jauchelette. Thans zijn de abdijgebouwen ingedeeld in twee afzonderlijke delen: een kloostervleugel met kapel betrokken door de Zusters van het Heilig Hart (op de plaats van de voormalige vleugel van het abtsgebouw) en de oude hoevegebouwen uit de XVIIIe eeuw, nu omgevormd tot belangrijk horecabedrijf. Op dit plateau van het Brabantse Haspengouw, vestigde zich de abdij bij het samenvloeien van de Grote Gete en de Thorembaisbeek.

Het lichtglooiende reliëf liet de kloosterlingen toe om een complex hydraulisch systeem uit te werken, met vijvers en molens. Er bestaan voldoende documenten en kaarten om vrij precies het uitzicht en de samenstelling van de abij te reconstitueren zoals ze er heeft uitgezien op het einde van de XVIIIe eeuw.
Oost- en noordwaarts is een slotmuur opgericht. De Grote Gete dient als afsluiting van het zuiden tot het westen.
Naast het pand van de abdis en het gastenkwartier vormt de indrukwekkende hoeve een gesloten geheel. Een weg van buitenuit geeft uit op de toegangspoort, gelegen op het hoogste punt van de site. In het laagste deel van de vallei lagen drie molens, elk voorzien van een spaarvijver: een brouwerijmolen ("Moulin de la Brasserie"), een zaagmolen ("Moulin de la Scierie" waarvan thans geen sporen meer bestaan) en de molen genoemd "Moulin de la Ramée" (zie: Jauchelette: "moulin de la Ramée"). Er bestond nog een vierde molen, de "Moulin Grognard", stroomafwaarts gelegen op een honderdtal meter (thans grondgebied Bomal - zie aldaar). De opdracht om elke molen van voldoende voorraad aan water met een degelijk verval te voorzien, getuigt eens te meer van de kennis en de ervaring van de cisterciënzermonniken voor wat betreft het uitbouwen van een echte waterhuishouding.

De Grote Gete gaf voldoende stroming voor het aandrijven van de onderslagwielen van de "Moulin de la Ramée" en de lager gelegen "Moulin Grognard". Echter moest de Thorembaisbeek, voor haar monding in de Grote Gete, worden omgeleid met een aquaduct om, na het oversteken van de Grote Gete, hogerop de vijvers te voeden op de andere oever. Zo konden zowel de brouwerijmolen als de zaagmolen elk afzonderlijk beschikken over een spaarvijver. Alle sporen van die waterhuishouding zijn thans verdwenen. Echter niet de molengebouwen zelf. De brouwerijmolen, nadien ook aangewend als huiselijke molen, is een klein bakstenen vierkantig gebouw, waar geen water meer langsvloeit. Echter is hij nog wel herkenbaar aan de gevel opgetrokken met Gobertange natuurstenen langswaar het water liep dat het molenrad ooit tot draaien bracht. Waterrad en binnenwerk zijn volledig verwijderd.

De plannen van 1762 en 1798 geven aan dat er slechts één waterrad was. Een foto uit circa 1900 toont ons aan dat het waterwiel beschermd was door een gebouw dat schrijlings op de waterloop stond en bedekt was met een schuin dak aflopend naar de oever aan de overzijde van de molen.
Nadien en zolang de boerderij nog als dusdanig werd uitgebaat, heeft dit molengebouw verder gedaan als stalling. In 1987 wekte de pachter met het water van de Gete elektriciteit op, die werd opgeslagen in batterijen in een nabijgelegen klein gebouwtje.

Aimé Smeyers, Alsemberg

------

Situé au sud-ouest  de l'abbaye de la Ramée sur une dérivation venant de la Grande Gette.
Les plans de 1762 et de 1798 indiquent que ce moulin possédait une seule roue.
Une photo prise dans les années 1900, montre que cette roue était sous appentis.
On en distingue d'ailleurs encore sa trace contre la façade
Il était prés d'un fournil et de la brasserie (d'où son deuxiéme nom).
Il ne devait servir qu'à moudre le grain destiné à l'usage des moines.
Aujourd'hui, le canal est comblé et le bâtiment en ruine.
Il semble toutefois qu'un projet de restauration soit en cours.

Jean-Paul Vingerhoed, Corroy-le-Grand

<p>Moulin de la Brasserie<br />Moulin domestique</p>

Foto: Jean-Paul Vingerhoed, Corroy-le-Grand, april 2008

<p>Moulin de la Brasserie<br />Moulin domestique</p>

Foto: Jean-Paul Vingerhoed, Corroy-le-Grand, april 2008

<p>Moulin de la Brasserie<br />Moulin domestique</p>

Prentkaart ca. 1900 (coll. J.P. Vingerhoed)

Literatuur

Thomas Coomans (sous la direction de), "La Ramée", Bruxelles, Editions Racine, 2002, 231 p., ill., plans;
Thomas Coomans (samenstelling en redactie), "Abdijmolens tussen Rijn en Schelde [...]", Utrecht, Clavis, Kunsthistorische Monografieën, deel XIX, 2003, 136 p., ill., plans;
"Les chemins de l'eau : les réseaux hydrauliques des abbayes cisterciennes du nord de la France et de Wallonie", coordination redactionnelle par Virginie Boulez, Raymond de Fays ... [et al.]. - Namur : Institut du patrimoine wallon, 2004. - 144 p., ill.;
J.-J. Gaziaux, "Parler wallon et vie rurale au pays de Jodoigne à partir de Jauchelette" (doctoraatsthesis);
Idem, "Du sillon au pain - Le travail de la terre et la culture des céréales". (dezelfde thesis, ander deel);
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 7: arrondissement Nijvel (F-O)", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem", 1998;
M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961.
J. Tordoir, "Les Crévecoeur, meuniers de La Ramée", in: Wavriensia (Wavre, C.H.A.W.), LIII, 2004, n° 4, p. 158-165;
Jean-Jacques Gaziaux, "Parler wallon et vie rurale au pays de Jodoigne à partir de Jauchelette", Louvain-la-Neuve, Bibliothèque des Cahiers de l'Institut de Linguistique de Louvain, n° 38, 1987, 348 p., ill. pl.
Jean-Jacques Gaziaux, "Du sillon au pain - Le travail de la terre et la culture des céréales", Liège, Société de Langue et Littérature Wallonnes, 1988, 479 p., ill.
Jean-Jacques Gaziaux, "L'Elevage des Bovidés à Jauchelette en roman pays de Brabant - Etude dialectologique et ethnographique, Louvain-la-Neuve, Cabay, Bibliothèque des Cahiers de Linguistique de Louvain - 22, 1982, 372 p., ill.
J. Tarlier et A. Wauters, Géographie et histoire des communes belges. La Belgique ancienne et moderne. Province de Brabant, Canton de Jodoigne, Bruxelles, 1872, p. 67-73.
Th. Ploegaerts, Les moniales cisterciennes dans l'ancien Roman-Pays de Brabant, 2, Histoire de l'abbaye de La Ramée (Rameia) à Jauchelette, Bruxelles, 1925.
E. Brouette, La Ramée à Jauchelette, dans Monasticon belge, 4, Province de Brabant, Gembloux, 1967, p.469-490.
G. Despy et A.  Uyttenbroeck, Inventaire des archives de l'abbaye de La Ramée à Jauchelette (Inventaire analytique des archives ecclésiastiques du Brabant, Abbayes et chapitres, 4), 2 fasc., Bruxelles, Archives Générales du Royaume, 1970-1975.
J.-P. Nandrin, La Ramée, dans Abbayes de Belgique, Guide groupe Clio 70 Bruxelles, 1973, p.458-467.
Le Patrimoine monumental de la Belgique, 2, Province de Brabant, Arrondissement de Nivelles, Liège, 1974, p. 223-228.
Gl. Guyot, L'ancienne abbaye de La Ramée, dans Brabant, 1978, Bruxelles, p. 8-15.
Hesbaye namuroise (Architecture rurale de Wallonie ), dir.L.-Fr. Genicot, Liège, 1983, en particulier p. 135 et 138.
M. De Waha et V. Van Oeteren, Fouilles médiévales. Jauchelette, abbaye de La Ramée, dans Annales d'Histoire de l'Art et Archéologie, 6, Bruxelles, 1984, p. 109-110.
J.-J. Gaziaux, Parler wallon et vie rurale au pays de Jodoigne à partir de Jauchelette ( Bibliothèque des cahiers de l'Institut de linguistique de Louvain, 38 ), Louvain-la-Neuve, 1987, p. 108-114 et 190-197, figs 36-42.
Hesbaye brabançonne et pays de Hannut ( Architecture rurale de Wallonie ), dir. L.-Fr. Génicot, Liège, 1989.
D. Verhelst et Ed. Van Ermen, De cisterciënzerinnen in het hertogdom Brabant, dans Bernardus en de Cisterciënzerfamilie in België, 1090-1990, dir. M. Sabbe
(Stagiaire), "Un livre et une balade entre Jodoigne et Perwez pour les Journées du Patrimoine. Entrez-y comme dans un... moulin!" Le Soir, 31.08.1994.. Lamberigts et F. Gistelinck, Louvain, 1990, p. 271-293.
J.-J. Gaziaux, "La ferme de la Ramée à Jauchelette en Brabant wallon", Jodoigne, 1997, 17 p., ill.
Léon Capelle e.a., "Moulins à eau brabançons ayant existé entre le XIIe et le XXe siècle de Perwez à Jodoigne", Petit-Rosière, Histoire et Civilisation en Brabant asbl, 1994, p. 32-33.
J. Tarlier et A. Wauters, "Géographie et histoire des communes belges. La Belgique ancienne et moderne. Province de Brabant, Canton de Jodoigne", Bruxelles, 1872
Mémorial administratif de 1858


Laatst bijgewerkt: dinsdag 9 december 2014
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Moulin de la Brasserie<br />Moulin domestique</p>, Jauchelette (Jodoigne)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens